Resultaten
Resultaten (titel verborgen)
De vragenlijst bestaat uit drie delen. Het eerste deel richt zich op de bekendheid van medewerkers met de Wet open overheid. In het tweede deel staat centraal hoe respondenten de Woo ervaren en wat zij ervan weten. Het laatste deel gaat over de rol van de werkgever bij de uitvoering van de Woo.
3.1 Bekendheid Wet open overheid
Uit figuur 2 blijkt dat iets meer dan een kwart (28%) van de respondenten aangeeft goed bekend te zijn met de Wet open overheid. Meer dan de helft (52%) is vaag bekend met de wet, terwijl één op de vijf respondenten aan geeft niet bekend te zijn met de wet.
Figuur 2: Ik ben …. bekend met de Woo (n = 1.195)
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| gradatie | niet | vaag | goed |
|---|---|---|---|
| 20% | 52% | 28% |
Van de respondenten die zeggen goed bekend te zijn met de Woo, geeft 23% aan in zijn of haar werk wel eens te maken te hebben gehad met de Woo. Voor iets meer dan twee derde (68%) van hen is dat doordat ze eens documenten moest verzamelen voor een Woo-onderzoek.
De respondenten die zeggen vaag bekend te zijn met de Woo, hebben hun informatie voornamelijk via collega’s en/of leidinggevenden ontvangen (60%). Ook externe bronnen (bijvoorbeeld via nieuws of sociale media) is met 46% een belangrijke bron. Een derde (34%) las op het intranet over de Woo.
Wet open overheid
De Wet open overheid (Woo) regelt welke overheidsinformatie openbaar is en hoe iemand die kan aanvragen. Door de Woo moet duidelijker worden wat de overheid doet en waarom. Overheidsinformatie is openbaar, behalve als er een reden is waarom dat niet kan. Het doel is om het vertrouwen tussen de samenleving en de overheid te vergroten.
De wet verplicht overheden om actief en op een gestructureerde manier informatie te publiceren, zodat burgers makkelijker toegang hebben tot gegevens over het beleid, de besluitvorming en de uitvoering van overheidsactiviteiten. De Woo vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).
Bij de respondenten die aangaven de Woo niet te kennen, gaf 38% aan ook na de informatie uit bovenstaand kader gelezen te hebben de Woo niet te herkennen. Dit komt overeen met 7% van de hele respons.
3.2 Opvattingen over de Wet open overheid
We vroegen de respondenten hoe ze tegenover de uitgangspunten van de Wet open overheid (kader paragraaf 3.1) staan. Het merendeel van de respondenten kan zich vinden in de uitgangspunten (figuur 3). Opgeteld geeft 63% van respondenten aan (zeer) positief tegenover de basisprincipes van de Woo te staan. Slechts 4% van de respondenten kijkt hier met negatieve gevoelens tegenaan.
Figuur 3: Hoe sta je tegenover de uitgangspunten van de Woo (n = 1.058)?
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| mening | Zeer positief | Positief | Neutraal | Negatief | Zeer negatief |
|---|---|---|---|---|---|
| 12% | 51% | 33% | 4% | 0% |
Wij vroegen respondenten om hun keuze toe te lichten. De groep die positief staat tegenover de uitgangspunten van de Woo (n = 670) legt vooral de nadruk op het maatschappelijke belang van transparantie en openbaarheid. Volgens hen moeten inwoners kunnen zien hoe besluiten tot stand komen en moet de overheid controleerbaar zijn. Veel respondenten wijzen op het belang van meer vertrouwen, democratische legitimiteit en het idee dat transparantie voor de overheid vanzelfsprekend hoort te zijn. Zij vinden dat burgers recht hebben op inzicht in overheidsprocessen, zolang privacygevoelige informatie beschermd blijft. Hoewel deze groep erkent dat de uitvoering soms tijd kost, zien zij dit vooral als een organisatorische uitdaging en niet als een bezwaar tegen de Woo zelf.
Ik denk dat het goed is voor het vertrouwen van inwoners dat de overheid transparant is en sowieso vind ik transparantie belangrijk.
Ambtenaren handelen ten dienste van burgers; zonder burgers hebben wij geen werk. Het is niet meer dan logisch en vanzelfsprekend dat info richting burgers en organisaties openbaar moet kunnen worden gemaakt.
Transparantie vanuit de overheid is erg belangrijk. Mijn zorg is wel dat Woo-verzoeken kunnen zorgen voor een overbelasting van de organisatie en ingezet worden op oneigenlijke gronden (eigenbelang).
De groep die neutraal staat tegenover de uitgangspunten van de Woo (n = 347) erkent de waarde van openheid, maar plaatst daar duidelijke kanttekeningen bij. Zij beoordelen transparantie positief, maar ervaren de praktische uitvoering als complex, tijdrovend en soms weinig doelmatig.
Binnen deze groep uiten respondenten zorgen over misbruik of oneigenlijk gebruik, bijvoorbeeld bij brede of strategisch ingezette verzoeken. Daarnaast signaleren zij dat het verzamelen, screenen en weglakken van informatie veel inzet vraagt, waardoor de balans tussen nut en inspanning onder druk komt te staan. Deze respondenten worstelen vooral met de vraag of de huidige vorm van de Woo uitvoerbaar en proportioneel is.
De ideologie achter de wet is bewonderenswaardig, maar zie nu vaak dat de wet wel heel erg veel werk vereist voor een geringe maatschappelijke opbrengst.
Het is goed dat de gemeente gecontroleerd kan worden op wat zij doet en tegelijkertijd kosten sommige aanvragen onevenredig veel tijd.
De bedoeling is goed, uitwerking minder. Kost (te) veel capaciteit en wordt soms gebruikt voor individuele casuïstiek, is dat ook de bedoeling van de wetgever?
De groep respondenten die negatief staat tegenover de Woo (n = 41) richt zich vooral op de hoge werkdruk, tijdsinvestering en organisatorische belasting die Woo-verzoeken veroorzaken. Zij ervaren de uitvoeringslast als onevenredig en vinden dat verzoeken vaak te breed, weinig nuttig of oneigenlijk worden ingezet. Volgens hen gebruiken indieners de Woo soms als drukmiddel of om de overheid te “pesten”. Daarnaast vinden zij dat de reikwijdte van de wet te ver gaat, bijvoorbeeld doordat ook conceptstukken, e-mails en appberichten moeten worden aangeleverd. Dit veroorzaakt extra werk en belemmert soms het interne werkproces. Voor deze groep weegt de negatieve impact op capaciteit en werkbaarheid zwaarder dan het principe van openbaarheid.
Extra werk (naast AVG en DPIA etc, en WACG, etc), terwijl we veel van ons werk al openbaar beschikbaar maken.
De hoeveelheid werk die verzet moet worden tegenover het belang van aanvrager is vaak helemaal uit balans. Ook merk ik dat bewoners het als drukmiddel gebruiken.
We legden respondenten een aantal stellingen voor over de transparantie van de gemeente en het effect daarvan op het vertrouwen van inwoners in de gemeente. Figuur 4 toont de resultaten.
Vrijwel alle respondenten (98%) vinden het belangrijk dat de gemeente aan inwoners uitlegt waarom zij bepaalde keuzes maakt. Daarnaast vindt 59% het belangrijk dat inwoners zo veel mogelijk stukken kunnen inzien. Volgens 60% van de respondenten verkleint actieve openbaarmaking van informatie de kans op negatieve publiciteit. Verder denkt 36% dat het openbaar maken van gevoelige politieke informatie niet leidt tot meer wantrouwen in de overheid.
Figuur 4: Stellingen over transparantie en vertrouwen
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| label | helemaal eens | eens | neutraal | oneens | helemaal oneens |
|---|---|---|---|---|---|
| Ik vind het belangrijk dat de gemeente aan haar inwoners uitlegt waarom ze bepaalde keuzes maakt (n = 1.131). |
50% | 48% | 2% | 0% | 0% |
| Ik vind dat wanneer de gemeente actief informatie openbaar maakt, dit de kans op negatieve publiciteit verkleint (n = 1.121). |
16% | 44% | 28% | 11% | 1% |
| Ik vind het belangrijk dat inwoners zo veel mogelijk stukken in kunnen zien die de gemeente opstelt (n = 1.124). |
20% | 39% | 27% | 13% | 1% |
| Ik vind dat het openbaar maken van gevoelige politieke informatie leidt tot meer wantrouwen in de overheid (n = 1.090). |
5% | 20% | 39% | 31% | 5% |
Daarna legden we de respondenten drie stellingen voor over zorgen en bezwaren rond open en transparant werken. Ruim een kwart (26%) maakt zich zorgen dat zij meer vragen over hun werk krijgen wanneer gevoelige informatie openbaar wordt. Daarnaast voelt 45% zich minder vrij om ideeën of gedachten te delen als alles openbaar is. Vier op de tien respondenten verwachten dat transparanter werken hun meer tijd kost.
Figuur 5: Stellingen over zorgen en bezwaren
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| label | helemaal eens | eens | neutraal | oneens | helemaal oneens |
|---|---|---|---|---|---|
| Ik maak me zorgen dat het openbaar maken van gevoelige informatie leidt tot meer vragen over mijn werk (n = 1.076). |
4% | 22% | 29% | 37% | 8% |
| Ik voel me minder vrij om ideeën of gedachten te delen als alles openbaar is (n = 1.090). |
8% | 37% | 22% | 25% | 8% |
| Ik denk dat transparanter werken mij extra tijd gaat kosten (n = 1.074) |
9% | 31% | 28% | 27% | 5% |
3.3 Kennis Wet open overheid
Om de kennis bij de respondenten over de Woo te peilen, kregen ze zes uitspraken voorgelegd. Aan hen werd gevraagd de juiste uitspraken aan te wijzen. De resultaten worden hieronder gepresenteerd.
De eerste uitspraak luidde: De wet open overheid verplicht om elke interne e-mail openbaar te maken. Deze uitspraak is onjuist. Dit werd door 89% herkend. Door uitzonderingen zoals intern beraad, persoonlijke beleidsopvattingen en andere beschermde belangen worden interne e‑mails vaak (gedeeltelijk) niet openbaar gemaakt.
De tweede uitspraak luidde: De wet open overheid verplicht de gemeente om actief informatie te publiceren, zoals beleidsplannen. Deze uitspraak is juist. Dit werd door 78% van de respondenten goed beantwoord. De Woo verplicht gemeenten om actief informatie, inclusief beleidsdocumenten, te publiceren.
Uitspraak nummer drie luidde: De wet open overheid gaat alleen over het openbaar maken van raadsvergaderingen. Deze uitspraak is onjuist. Vijf procent van de respondenten dacht dat deze uitspraak wel juist was. De Wet open overheid (Woo) gaat beslist niet alleen over het openbaar maken van raadsvergaderingen. De Woo regelt het recht op toegang tot publieke informatie in brede zin en bevat verplichtingen voor zowel actieve openbaarmaking (uit eigen beweging) als openbaarmaking op verzoek. Raadsvergaderingen zijn maar een heel klein onderdeel van dit geheel.
De vierde uitspraak die de respondenten kregen voorgelegd luidde: Privacygevoelige gegevens hoeven niet openbaar gemaakt te worden. De uitspraak is juist. Voor 78% van de respondenten was dit ook duidelijk. Volgens de Wet open overheid (Woo) hoeven privacygevoelige gegevens niet openbaar te worden gemaakt. De wet bevat duidelijke uitzonderingsgronden die openbaarmaking van persoonsgegevens juist beperken.
De vijfde uitspraak luidde: De Wet open overheid verplicht gemeenten om informatie over beleidskeuzes en besluiten openbaar te maken. Deze uitspraak is juist: de Woo verplicht gemeenten om deze informatie zowel actief als op verzoek openbaar te maken. 87% van de respondenten wist dit.
De laatste uitspraak luidde als volgt: De Wet open overheid maakt het verplicht om persoonlijke gegevens van medewerkers openbaar te maken. Nagenoeg alle respondenten (99%) zagen in dat deze uitspraak onjuist is. De Woo verplicht niet om persoonlijke gegevens van medewerkers openbaar te maken. Sterker nog: de Woo bevat duidelijke uitzonderingsgronden die openbaarmaking van persoonsgegevens juist beschermen.
3.4 Woo-coördinator
Binnen de gemeente zijn meerdere collega’s actief betrokken bij de Wet open overheid. Zo heeft iedere directie een eigen Woo-coördinator aangewezen. Iets meer dan een kwart (28%) van de respondenten geeft aan bekend te zijn met de Woo-coördinator van hun directie, terwijl zestien procent aangeeft niet bekend te zijn met deze functie.
Binnen de directie Veiligheid geeft 56% van de respondenten aan te weten wie de Woo-coördinator van de directie is. Dit is het hoogste aandeel binnen de directies. Bij de directie Maatschappelijke Ontwikkeling ligt dat aandeel op 51%.
3.5 Ondersteuning
Tot slot kregen de respondenten een aantal stellingen voorgelegd over ondersteuning en stimulering vanuit de organisatie bij het werken volgens de Wet open overheid. Uit figuur 6 wordt duidelijk dat respondenten weinig ondersteuning en stimulans ervaren van zowel hun werkgever als leidinggevende om volgens de Wet open overheid te werken. Meer dan de helft van de respondenten is van mening dat zij onvoldoende geïnformeerd zijn door hun werkgever en leidinggevende over de gevolgen van de Woo voor hun werkzaamheden.
Figuur 6: Stellingen ondersteuning en stimulering
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| label | helemaal eens | eens | neutraal | oneens | helemaal oneens |
|---|---|---|---|---|---|
| Mijn werkgever biedt mij praktische handvatten en tips om te werken volgens de Woo (n = 891). |
1% | 16% | 39% | 33% | 11% |
| Mijn leidinggevende spoort mij aan om volgens de Woo te werken (n = 900). |
1% | 14% | 39% | 33% | 13% |
| Mijn werkgever heeft mij voldoende geïnformeerd over gevolgen van de Woo voor mijn werkzaamheden (n = 929). |
1% | 12% | 32% | 42% | 13% |
| Mijn leidinggevende heeft mij voldoende geïnformeerd over gevolgen van de Woo voor mijn werkzaamheden (n = 924). |
1% | 11% | 33% | 40% | 15% |
We vroegen de respondenten ook wat hen zou helpen om volgens de richtlijnen van de Woo te werken.
Uit de antwoorden blijkt dat respondenten vooral behoefte hebben aan duidelijke, laagdrempelige informatie over wat de Woo inhoudt en hoe deze in de praktijk werkt. Er wordt gevraagd om praktische hulpmiddelen zoals checklists, korte handleidingen, voorbeeldcasussen, beslisbomen, formats en werkinstructies.
Ook is er een grote behoefte aan concrete uitleg per functie of afdeling, omdat respondenten niet altijd weten of en hoe de Woo relevant is voor hun werk. Daarnaast vragen medewerkers om trainingen: e-learning, workshops, team overleggen of periodieke opfrismomenten.
Verder komt sterk naar voren dat medewerkers behoefte hebben aan ondersteuning in de vorm van tijd, tooling en organisatie. Hierbij worden onder andere betere archiveringssystemen, gebruiksvriendelijke laksoftware, heldere processen, minder versnipperde informatie en duidelijk eigenaarschap genoemd.
Respondenten ervaren dat de uitvoering van Woo-verzoeken tijdrovend is en soms op schouders van de verkeerde mensen belandt. Ook wordt genoemd dat leidinggevenden voorbeeldgedrag moeten tonen en dat de organisatie het werken volgens de Woo meer moet uitdragen als een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Pfoe. Eerst maar eens de richtlijnen weten? En koppel ze ook alsjeblieft praktisch aan je (dagelijkse) werk.
Het platform voor anonimiseren werkt zeer matig; dit heeft nu al impact op de uitvoering.
Duidelijke instructies en werkafspraken. Liefst met praktische voorbeelden van welke informatie er in een Woo-verzoek wordt gedeeld.