Conclusie
Conclusie (titel verborgen)
Om een antwoord te kunnen geven op de vraag of het inburgeringstraject succesvol is, is het ook belangrijk om te weten wat succesvol meedoen in de samenleving betekent voor de inburgeraars zelf. In de focusgroepen is er een verschil tussen mensen die een succes omschrijven als "eindelijk je droombaan hebben, zodat je ook de maatschappij weer wat terug kan geven" en "de taal een beetje kennen en de regels van de Nederlandse maatschappij kennen". Het lijkt hierbij te verschillen per culturele achtergrond en de mate waarin deze afwijkt van de Nederlandse samenleving: hoe meer iemand eigen normen en waarden moet loslaten om zich aan te passen, hoe meer inburgering als doel op zich wordt ervaren. Wanneer die verschillen kleiner zijn, ligt de nadruk vaker op het verder oppakken van het eigen leven.
4.1De begeleiding van de inburgering
Sommige (professionele) partijen in het netwerk van de inburgeraar zijn belangrijker dan andere, maar niettemin is het gehele netwerk belangrijk voor de inburgering van nieuwkomers. De deelnemers van de focusgroep hadden verschillende soorten (sociale) netwerken die bestaan uit een mix van professionals, familie, vrienden, buren en mensen uit het land van herkomst. Hierbij lijkt dit ook te verschillen voor de cultuur waarin iemand is opgegroeid. Zo hebben Turkse, Eritrese en Syrische inburgeraars een andere samenstelling van het netwerk, waar bijvoorbeeld Turkse en Eritrese inburgeraars in een “warm” informeel netwerk terechtkomen, lijkt dit voor Syrische inburgeraars minder te zijn. Hierdoor zijn zij ook meer toegewezen op een professioneel netwerk. Daarnaast is er een groot verschil als nieuwkomers mensen kennen die het traject al hebben doorlopen en uit dezelfde cultuur komen: zij weten vaak direct welke barrières er zijn en wat de betekenis is van bepaalde Nederlandse gewoonten.
Een inburgeraar met een minder groot netwerk is doorgaans bij de begeleiding meer aangewezen op de gemeente. Uit de focusgroepen komt naar voren dat de contactpersonen bij de gemeente erg gewaardeerd worden. Kleine vragen worden snel via de app of telefonisch beantwoord en voor grotere vragen kan er een afspraak worden ingepland. De deelnemers lijken gemakkelijk vragen neer te leggen bij hun contactpersoon, maar delen niet alle moeilijkheden waar zij tegenaan lopen.
Naast de begeleiding bij de gemeente zijn er nog andere partijen die een grote rol spelen bij de inburgering van statushouders. Humanitas werd in de focusgroepen vaak als eerste genoemd. Iedereen was bekend met Humanitas en deze bekendheid kwam al vrij snel nadat zij naar Groningen verhuisden. Ook Jasmijn en CMzorg werden genoemd. Deze twee organisaties worden voornamelijk ingeschakeld om de taal te leren, maar ook om iemand te hebben om mee te praten en dingen te delen. Jongere statushouders vinden het soms moeilijk dat de vrijwilligers allemaal oudere mensen zijn.
4.2Taallessen en leerroutes
Uit de focusgroepen werd duidelijk dat het leren van de taal het belangrijkste is voor een succesvolle inburgering. Een aantal deelnemers gaf aan dat zij ontevreden waren over het niveau en de manier waarop zij de taalles kregen aangeboden bij Stavoor. Uit de focusgroepen kan niet gesteld worden of dit voor de organisatie als geheel geldt of voor specifieke docenten. Over het algemeen was men te spreken over het Alfa college. Diegenen die het maatwerktraject van het Talencentrum hebben gevolgd, waren het meest tevreden.
Deelnemers van de focusgroepen werden soms niet op het juiste niveau ingeschat, maar dit kon gaandeweg nog worden veranderd. Soms leverde dit wel vertraging op. Sommige deelnemers ervaarden een barrière doordat zij zelf graag sneller of meer zouden willen leren en dit niet altijd mogelijk was. Dit heeft ook geleid tot stagnatie of verlies van motivatie bij sommige deelnemers.
Daarnaast werd gesteld door deelnemers van de focusgroep dat zij graag zouden willen zien dat er soepeler met de 600 uur-regeling wordt omgegaan, waardoor extra gemotiveerde statushouders door zouden kunnen leren. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat deze 600-uur geen aanwezigheidsplicht wordt, maar dat er ook effectief les wordt gegeven. Dit lijkt nu niet altijd zo te zijn. Ook zou strikter kunnen worden omgegaan met statushouders die niet komen opdagen, aangezien dit demotiverend kan werken.
4.3Ervaren mogelijkheden tot werk, stage en participatie
Integreren kan alleen in een maatschappij die daarvoor openstaat. Als er verhalen van discriminatie op de arbeidsmarkt zijn, schrikt dat af, ondanks veel goede verhalen. Als Nederlanders snel naar Engels overgaan uit ongeduld of om vriendelijk te zijn, staat dat ook integratie in de weg. Ook lijkt er hier een patstelling te zijn: inburgeraars leren de taal beter door dingen te doen, maar ze willen pas dingen gaan doen als ze de taal (een beetje) geleerd hebben. Daarnaast betekent een mogelijkheid tot werk, stage of participatie niet per se een betere integratie, aangezien het in sommige gevallen gaat om werk waar bijvoorbeeld geen Nederlands wordt gesproken.
De ervaren mogelijkheid tot werk, stage en participatie lijkt daarbij samen te hangen met de betekenis die inburgeren voor een persoon heeft. Meedoen in de samenleving betekent niet voor iedereen hetzelfde. De manier waarop je vrijwilligerswerk, bijvoorbeeld in een kringloopwinkel, ervaart verschilt sterk: wie vooral gericht is op het vinden van een droombaan beleeft dit anders dan iemand die helemaal opnieuw moet beginnen en zich grotendeels opnieuw moet uitvinden om mee te kunnen doen. Gaat het puur om taal leren, dan zou dit ook via (verplichte) culturele cursussen kunnen gebeuren (bijvoorbeeld fietsles), waarbij ook benoemd wordt dat de belangrijkste reden het leren van taal en uitbreiden van het netwerk is.
4.4Kunnen meedoen
Deelnemen aan de samenleving kan verschillende dingen betekenen. Hierbij lijken drie stadia te kunnen worden onderscheiden: (1) het verstaanbaar maken/begrepen worden, (2) het durven doen en (3) het onderdeel voelen van. Inburgeraars lijken deze drie stadia te doorlopen, ook wel simultaan. Daarbij is er een groot verschil in het onderdeel voelen van de samenleving: voor de ene inburgeraar betekent dit naturalisatie, een ander zou zich thuis voelen als diegene een droombaan heeft gevonden. Dit maakt het ook lastig om een antwoord te geven op de vaag of men over het algemeen in staat is deel te nemen aan de Nederlandse samenleving. Wanneer het gaat om het maken van toekomstplannen, hadden de meeste inburgeraars wel een duidelijk beeld van wat zij in de nabije toekomst wilden gaan doen en sommigen ook in de verre toekomst. Voor bijna alle deelnemers speelde bij deelnemen aan de samenleving het “durven” een belangrijke rol: vragen durven stellen, fouten durven maken en je eigen behoefte durven uitspreken.
4.5Knelpunten
Het grootste knelpunt dat werd genoemd, door vrijwel alle inburgeraars, is de onzekerheid die men ervaart vanaf het moment dat zij te horen krijgen dat zij in Groningen komen te wonen. Voordat men een contactpersoon bij de gemeente krijgt, gaat een aantal maanden voorbij. Men zou liever hebben gehoord dat zij bijvoorbeeld acht maanden moesten wachten, zodat zij ook een meer zinvolle tijdsbesteding konden hebben dan wachten en hopen dat de uitnodigingsbrief de volgende dag op de mat zou liggen.
4.6Algemene ervaring
Over het algemeen waarderen de deelnemers van de focusgroepen de kansen die ze krijgen in de gemeente Groningen. Ondanks dat het buiten de grip van de gemeente Groningen ligt, is de werkelijkheid dat inburgeraars al een langere tijd in onzekerheid zitten in een asielzoekerscentrum, waar zij eigenlijk al constructief met taal bezig hadden willen zijn. Op het moment dat de begeleiding in Groningen begint, is men erg te spreken over de persoonlijke, informele benadering van de contactpersonen. Wel zou men willen dat er beter gemonitord wordt op de kwaliteit van de lessen op de scholen. Een lage ervaren kwaliteit van lessen, heeft een directe invloed op een levensveranderende gebeurtenis van een inburgeraar. De deelnemers van de focusgroepen hadden niet het idee dat professionals zich dat altijd realiseren.
4.7Aanbevelingen
- Geef meer duidelijkheid over de wachttijden en wat een statushouder kan verwachten in de eerste maanden (of juist niet) en benader de statushouder actief met de mogelijkheden die er wel zijn. Er is behoefte aan duidelijkheid zodat men zelf ook een invulling kan geven aan de wachttijd, bijvoorbeeld met werk of zelfstudie.
- Er zijn veel hulporganisatie die op een vrijwillige manier hulp aanbieden. Door verschillende redenen kan het vrijwillige karakter een belemmering zijn om gebruik te maken van deze hulp. Voordat het officiële traject begint, is er veel mogelijk (bijvoorbeeld taalcafé in de bibliotheek buddy to buddy van Humanitas, taalcoach van Humanitas, CMzorg, Jasmijn), maar alles is vrijwillig. Overwogen kan worden een programma te ontwikkelen met verplichte onderdelen om kennis te maken met de Nederlandse cultuur, zoals fietslessen, waarbij de nadruk vooral ligt op taalverwerving en het opbouwen van een sociaal netwerk, en minder op de concrete vaardigheid zelf.
- Meedoen in de Nederlandse maatschappij betekent voor elke persoon iets anders. Zorg daarom dat het leertraject past bij het uiteindelijke doel van een statushouder zelf. Als iemand zijn eigen expertise kan inzetten, is de kans groter dat hij of zij gemotiveerd is en blijft om te leren.