Spring naar inhoud

Toegankelijkheid:

Conclusie

Conclusie (titel verborgen)

Voor dit onderzoek zijn zeven leefsituatie-indicatoren gekruist met zeven inwonerskenmerken. De belangrijkste vraag was of de indicatorscores verschillen tussen inwonerskenmerken en vervolgens of er verschillen zijn in de uitkomsten van wijkclusters. De resultaten laten zien dat niet alle groepen inwoners van de gemeente Groningen dezelfde ervaringen hebben. Daarnaast blijkt dat dezelfde doelgroep in verschillende wijken soms anders scoort op bepaalde indicatoren. De wijkvernieuwingswijken laten hierbij regelmatig een sterker afwijkend (en vaak negatiever) beeld zien vergeleken met de overige wijken.

Op gemeenteniveau komen een aantal groepen naar voren die vaak negatiever scoren op de indicatoren. Dat zijn in de eerste plaats inwoners die werkzoekend/werkloos of arbeidsongeschikt zijn en een laag inkomen hebben. Vanzelfsprekend zit er overlap tussen deze groepen; niet-werkenden hebben vaker weinig bestedingsruimte. Met name inwoners die arbeidsongeschikt zijn scoren laag op meedoen in de samenleving, ontwikkeling van de buurt, vertrouwen in het gemeentebestuur en geschiktheid van de woonsituatie en hoog op eenzaamheid, onveiligheidsgevoel en rondkomen. Binnen de groep arbeidsongeschikte inwoners zijn er weinig verschillen tussen de wijken. Alleen de ervaren onveiligheid ligt hoger in de wijkvernieuwingswijken.

Ook eenoudergezinnen vallen bij sommige indicatoren in negatieve zin op, namelijk bij de ervaren veiligheid, rondkomen, vertrouwen in het gemeentebestuur en de geschiktheid van de woonsituatie. Onveiligheid en een niet-passende woonsituatie speelt veel sterker onder eenoudergezinnen in de wijkvernieuwingswijken dan bij hetzelfde type gezin in de overige wijken.

Kijken we naar leeftijd, dan valt onder andere op dat gevoelens van eenzaamheid en onveiligheid vaker voorkomen naarmate de inwoner jonger is. In de wijkvernieuwingswijken voelen jongeren zich vaker onveilig dan jongeren in de overige wijken. In de gemeente als geheel vinden jongeren juist vaker dan ouderen dat hun buurt erop vooruit is gegaan. De oudste leeftijdsgroep is hierover het minst positief. Tegelijkertijd zijn in de wijkvernieuwingswijken 45-64-jarigen en 65-plussers minder vaak negatief over de ontwikkeling van hun buurt dan dezelfde leeftijdsgroepen in de overige wijken. Over het algemeen kunnen inwoners beter rondkomen naarmate de leeftijd stijgt. In de wijkvernieuwingswijken ervaren bewoners vanaf 26 jaar meer moeite met rondkomen dan dezelfde leeftijdsgroepen in de andere wijken. Inwoners vanaf 45 jaar, met name 65-plussers, hebben minder vertrouwen in de manier waarop de gemeente bestuurd wordt. Dit is nog sterker het geval in de wijkvernieuwingswijken.

Een aantal thema’s speelt sterker onder inwoners die in een corporatie- of huurwoning wonen. Vanzelfsprekend heeft dit overlap met andere kenmerken. Zo zijn dit veelal inwoners die werkzoekend en arbeidsongeschikt zijn, inwoners met een laag inkomen en studenten. Met name bewoners van een corporatiewoning hebben meer te maken met eenzaamheid, onveiligheid en moeilijk rondkomen. Van de drie woningkenmerken vinden inwoners met een corporatiewoning het vaakst dat hun woonsituatie niet geschikt is. In de wijkvernieuwingswijken komt dit het duidelijkst naar voren. Verder zit er vrij veel verschil tussen de ervaren onveiligheid van huurders in de wijkvernieuwingswijken en daarbuiten, waarbij inwoners in de wijkvernieuwingswijken zich vaker onveilig voelen.

Verschillen tussen mannen en vrouwen zijn er bij eenzaamheid, onveiligheid, ontwikkeling van de buurt en vertrouwen in het gemeentebestuur. Het valt op dat deze thema’s in de wijkvernieuwingswijken bij zowel mannen als vrouwen vaker naar voren komen dan in de overige wijken. Het grootste verschil zien we bij onveiligheidsgevoel.

Kijken we naar de specifieke thema’s, dan zien we dat vooral het onveiligheidsgevoel sterk verschilt tussen de wijkvernieuwingswijken en de overige wijken. Dit is zo bij alle achtergrondkenmerken. In alle gevallen voelen inwoners van de wijkvernieuwingswijken zich vaker onveilig. In mindere mate komen deze verschillen ook voor bij eenzaamheid en rondkomen. Bij vooruitgang van de buurt zijn veel groepen in de wijkvernieuwingswijken juist vaker positief dan dezelfde groepen in de overige wijken. Ten slotte valt op dat vrijwel alle groepen in de wijkvernieuwingswijken de geschiktheid van de woonsituatie negatiever beoordelen dan dezelfde groepen in de overige wijken.