Inleiding
Inleiding (titel verborgen)
De leefbaarheid en veiligheid scoort in een aantal Groningse wijken over het algemeen lager dan gemiddeld1. Binnen de gemeente Groningen is hier veel aandacht voor. ‘Wijkvernieuwing op z’n Gronings’ is een wijkgericht beleidsprogramma dat aansluit bij de langlopende Groningse traditie van gebiedsgericht werken. Daarnaast loopt in Groningen-Noord het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). Dit programma is in het leven geroepen door het Rijk om samen met gemeenten en lokale partijen de leefbaarheid en veiligheid van 20 gebieden in 19 steden op orde te krijgen en bewoners perspectief te bieden. Tot het totale inzetgebied in de gemeente Groningen behoren de noordelijke wijken Vinkhuizen, Paddepoel, Selwerd, Indische buurt, De Hoogte en de Oosterparkwijk; Beijum/Lewenborg aan de oostkant van de stad; en De Wijert in het zuiden. Om gerichte interventies te kunnen doen, is het van belang om te weten hoe specifieke onderdelen van de leefbaarheid en veiligheid in de wijken worden ervaren door diverse groepen inwoners. Het Programma Wijkvernieuwing heeft daarom aan Onderzoek, Informatie en Statistiek gevraagd om verschillende indicatoren uit te splitsen naar bepaalde achtergrondkenmerken. Met deze uitsplitsingen naar doelgroepen krijgt de opdrachtgever inzicht in welke groepen in meer of mindere mate met bepaalde aspecten te maken hebben, zoals eenzaamheid, onveiligheidsgevoelens en moeite met rondkomen. De data die voor deze analyse gebruikt worden, is afkomstig van de enquête Leefbaarheid 2024. Zie het kader hieronder voor een toelichting.
Enquête leefbaarheid
OIS Groningen voert sinds 1996 tweejaarlijks de enquête Leefbaarheid uit. De gemeente Groningen wil samen met haar inwoners de gemeente leefbaar en veilig houden en maken. De mening van de inwoners is daarbij erg belangrijk. De resultaten van het onderzoek worden gebruikt voor het maken van nieuwe plannen voor wijken en dorpen. De enquête over het jaar 2024 is door bijna 15.000 inwoners ingevuld; een respons van 13,5%. De inwoners zijn willekeurig uitgenodigd, waarbij rekening is gehouden met leeftijd, geslacht en wijk. De data zijn op deze kenmerken gewogen, om scheefheden in de respons te corrigeren en de representativiteit van de uitkomsten te verhogen.
1.1Werkwijze en operationalisatie
Onderzoek, Informatie en Statistiek heeft verdiepende analyses uitgevoerd op de data van de enquête Leefbaarheid 2024. Hierbij zijn zeven indicatoren uitgelicht: zie tabel 1.
Tabel 1: Overzicht verdiepte indicatoren leefbaarheid
| Vraag | Uitwerking |
|---|---|
| Vindt u dat uw buurt er het afgelopen jaar op vooruit of op achteruit is gegaan? |
% erop vooruitgegaan |
| Mijn woonsituatie past bij mijn huidige leven | % (helemaal) mee eens |
| Voelt u zich weleens onveilig in uw buurt? En zo ja: hoe vaak? |
% soms/vaak |
| Hoe makkelijk of moeilijk kunt u rondkomen met het inkomen van uw huishouden? |
% moeilijk, heel moeilijk, helemaal niet |
| Hoeveel vertrouwen heeft u in de manier waarop uw gemeente wordt bestuurd? |
% (heel) veel |
| Hoe tevreden of ontevreden bent u over de manier waarop u meedoet in de samenleving? |
% 7 of hoger |
| Voelt u zich weleens eenzaam? | % soms/vaak |
Achtergrondkenmerken
De zeven indicatoren zijn gekruist met zeven achtergrondkenmerken:
- Geslacht
- Leeftijd
- Inkomen
- Opleidingsniveau
- Arbeidsmarktpositie
- Huishoudenstype
- Eigendomssituatie woning
Bijlage 1 bevat een overzicht van de operationalisering van deze achtergrondkenmerken.
Sommige achtergrondkenmerken komen vaak tegelijkertijd voor bij dezelfde inwoners. Daardoor kunnen hoge of lage scores deels betrekking hebben op (een deel van) dezelfde inwoners. Werkloosheid en arbeidsongeschiktheid gaan bijvoorbeeld meestal gepaard met een laag inkomen en het wonen in een corporatiewoning; inwoners tussen de 18 en 25 jaar zijn vaak eenpersoonsstudenten-huishoudens.
Geografische niveaus
Deze analyse is gedaan op verschillende geografische niveaus. Er is gekozen voor:
- Gemeente Groningen (14.714 respondenten)
- Het gehele wijkvernieuwingsgebied
- Vinkhuizen, Paddepoel, Selwerd/Tuinwijk, De Hoogte/Indische buurt/Oosterparkwijk, Beijum, Lewenborg, De Wijert (3.895 respondenten)
- Overige wijken van de gemeente (10.818 respondenten)
- Drie wijkclusters
- Vinkhuizen, Paddepoel en Selwerd/Tuinwijk (888 respondenten)
- De Hoogte, Indische Buurt en Oosterparkwijk (1.222 respondenten)
- Beijum en Lewenborg (1.397 respondenten)
1.2Betrouwbaarheid
Bij het uitsplitsen van de data naar achtergrondkenmerken moet rekening gehouden worden met voldoende waarnemingen per doelgroep. Als een subgroep weinig waarnemingen bevat, is de betrouwbaarheid lager. Daarom hanteren we een ondergrens van 150 waarnemingen per subgroep2. Bij 150 waarnemingen en een betrouwbaarheidsniveau van 90%, geldt een foutmarge van ongeveer 7%. De foutmarge geeft de nauwkeurigheid van de resultaten aan.
Als voorbeeld: stel dat in een wijk 40% aangeeft zich soms/vaak onveilig te voelen. Een foutmarge van 7% wil zeggen dat tussen de 33% en 47% dat antwoord had gegeven als de gehele populatie de vraag had beantwoord. De werkelijke waarde ligt dus binnen deze bandbreedte; het betrouwbaarheidsinterval. Dit betekent dat het gevonden percentage wel een goede indicatie geeft, maar met een behoorlijke bandbreedte moet worden geïnterpreteerd. Bij grotere aantallen respondenten wordt deze bandbreedte smaller en zijn de uitkomsten dus preciezer.
We gaan in dit rapport uit van een 90% betrouwbaarheidsniveau. Dit betekent dat bij herhaling van dezelfde methode in ongeveer 90% van de gevallen het interval de ware waarde omvat. De daadwerkelijke waarde bevindt zich bij herhaling dus in 90% van de gevallen binnen de bandbreedte van het betrouwbaarheidsinterval. Wanneer het interval vrij breed is, is de ware waarde dus vrij onzeker.
Bij het vergelijken van categorieën geldt het volgende: wanneer de gemeten percentages verschillen, maar de betrouwbaarheidsintervallen van de categorieën overlappen, wijst dit meestal op geen statistisch verschil tussen de categorieën. Een betrouwbaarheidsinterval alleen biedt echter geen uitsluitsel; hiervoor is een beslissende statistische toets voor nodig. Wanneer intervallen niet overlappen, is dit een sterke indicatie voor een verschil.
2 Met subgroep bedoelen we: alle respondenten in een bepaalde categorie, bijvoorbeeld leeftijdsgroep 18-25 jaar, opleidingsniveau laag of eenpersoonshuishouden.