Spring naar inhoud

Toegankelijkheid:

Resultaten

Resultaten (titel verborgen)

2.1Eenzaamheid

In de gemeente Groningen geeft 25% van de 18-plussers aan zich soms of vaak eenzaam te voelen. Een aantal groepen voelt zich beduidend vaker eenzaam dan gemiddeld. De hoogste percentages eenzaamheid komen voor bij inwoners die arbeidsongeschikt of werkzoekend/werkloos zijn, lage inkomens hebben en alleen wonen. Ook geeft de jongste leeftijdsgroep vaker aan zich eenzaam te voelen. Naarmate inwoners ouder zijn, ervaren zij minder vaak eenzaamheid.

Figuur 1: Eenzaamheid (soms/vaak) op gemeenteniveau

Wijkvernieuwingswijken

In de wijkvernieuwingswijken voelt gemiddeld 29% zich vaak/soms eenzaam. In de overige wijken is dat gemiddeld 23%. Bij veel groepen is het gevoel van eenzaamheid hoger in de wijkvernieuwingswijken. Het grootste verschil zit bij 45-64-jarigen: in de wijkvernieuwingswijken voelt 28% zich soms/vaak eenzaam, tegenover 18% in de overige wijken. Ook bij 65-plussers is er een verschil van 9 procentpunt. In de wijkvernieuwingswijken voelen inwoners in meeroudergezinnen zich vaker eenzaam dan hetzelfde type gezin in de rest van de gemeente. Bij eenoudergezinnen lijkt dit verschil er ook te zijn, maar hier overlappen de betrouwbaarheidsintervallen. Daardoor kunnen we niet met zekerheid zeggen dat er echt een verschil is. Verder zien we verschillen tussen de wijkvernieuwingswijken en de rest van de gemeente bij lage inkomens, hoge opleiding, woningeigenaren en mannen en vrouwen. 

Figuur 2: Eenzaamheid (soms/vaak) op wijkvernieuwingsniveau

Wijkclusters

Van de drie verschillende wijkclusters is het gevoel van eenzaamheid het grootst in het cluster met de wijken De Hoogte/Indische buurt/Oosterpark (32%). In dit wijkcluster komen de hoogste eenzaamheidspercentages voor bij lage inkomens, alleenstaanden en inwoners die in een corporatiewoning wonen. De grootste verschillen tussen de wijken zien we bij mannen en bewoners van een corporatiewoning.

Figuur 3: Eenzaamheid (soms/vaak) op wijkclusterniveau

2.2Onveiligheidsgevoel

In de gemeente Groningen zegt gemiddeld 22% van de volwassenen zich soms of vaak onveilig te voelen in hun buurt. Onder vrouwen is dit hoger, namelijk 27%. Verder komen de hoogste percentages onveiligheidsgevoel voor bij eenoudergezinnen (32%), arbeidsongeschikten (40%), lage inkomens (28%) en inwoners die in een corporatiewoning wonen (34%). Ook geeft de jongste leeftijdsgroep vaker aan zich onveilig te voelen (27%). Naarmate inwoners ouder zijn, ervaren zij minder vaak onveiligheidsgevoelens in de buurt.

Figuur 4: Onveiligheidsgevoel (soms/vaak) op gemeenteniveau

Wijkvernieuwingswijken

In de wijkvernieuwingswijken voelt gemiddeld 30% zich soms/vaak onveilig in hun buurt. In de overige wijken is dat gemiddeld 15%. Zoals figuur 5 toont, bestaan er bij alle kenmerken grote verschillen tussen de wijkvernieuwingswijken en de rest van de gemeente. De grootste verschillen zien we bij vrouwen (38% versus 19%), 45-64-jarigen (31% versus 13%), eenoudergezinnen (39% versus 21%), meeroudergezinnen (31% versus 11%) en samenwonenden met twee (31% versus 13%).

Figuur 5: Onveiligheidsgevoel (soms/vaak) op wijkvernieuwingsniveau

Wijkclusters

Van de drie verschillende wijkclusters is het onveiligheidsgevoel in de buurt het hoogst in het cluster met de wijken De Hoogte/Indische buurt/Oosterpark (33%) en Beijum/Lewenborg (32%). Vinkhuizen/Paddepoel/Selwerd/Tuinwijk scoort iets lager met 28%. Er zijn vooral verschillen tussen de wijkclusters op te merken bij de leeftijdscategorieën vanaf 26 jaar, samenwonenden met twee, hoger opgeleiden, middeninkomens en woningeigenaren. Ook valt op dat in Vinkhuizen/Paddepoel/Selwerd/Tuinwijk het percentage vrouwen dat zich onveilig voelt lager is dan in de andere twee wijkclusters.

Figuur 6: Onveiligheidsgevoel (soms/vaak) op wijkclusterniveau

2.3Meedoen in de samenleving

Gemiddeld geeft in de gemeente Groningen 81% van de volwassenen een 7 of hoger voor de mate waarin ze meedoen in de samenleving. Enkele groepen scoren lager. Dit zijn de inwoners die arbeidsongeschikt (49%) of werkzoekend/werkloos (53%) zijn en/of een laag inkomen hebben (69%). Ook eenoudergezinnen (73%) en inwoners die in een corporatiewoning wonen (73%) blijven achter. Groepen die het hoogst scoren zijn de hoge inkomens (92%), woningeigenaren (87%) en werkenden (86%).

Figuur 7: Meedoen in de samenleving (% cijfer >=7) op gemeenteniveau

Wijkvernieuwingswijken

In de wijkvernieuwingswijken geeft gemiddeld 77% een 7 of hoger voor de mate van meedoen in de samenleving. In de overige wijken is dat 84%. De grootste verschillen tussen wijkvernieuwingswijken en de rest van de gemeente zien we bij eenoudergezinnen (67% versus 81%) en 45-64-jarigen (76% versus 87%). Ook bij mannen en meeroudergezinnen zijn de verschillen groot.

Figuur 8: Meedoen in de samenleving (% cijfer >=7) op wijkvernieuwingsniveau

Wijkclusters

Van de drie verschillende wijkclusters is de score voor meedoen het hoogst in het cluster met Beijum/Lewenborg (78%). Vinkhuizen/Paddepoel/Selwerd/Tuinwijk en De Hoogte/Indische buurt/Oosterpark scoren iets lager met 76% en 75%. Er zijn vooral verschillen op te merken bij eenpersoonshuishoudens (geen student) en 45-64-jarigen. In beide gevallen blijft De Hoogte/Indische buurt/Oosterpark achter bij de andere twee clusters.

Figuur 9: Meedoen in de samenleving (% cijfer >=7) op wijkclusterniveau

2.4Ontwikkeling van de buurt

In de gemeente Groningen stelt gemiddeld 16% van de inwoners dat diens buurt er in het afgelopen jaar op vooruit is gegaan. Een aantal groepen scoren hoger: studenten/scholieren (22%) en werkzoekenden (22%). Ook huurders zijn vaker positiever over de ontwikkeling van de buurt. Daarnaast valt op dat het percentage afneemt naarmate iemand ouder is. Van de jongste leeftijdsgroep zegt 21% dat de buurt erop vooruit is gegaan, van de oudste groep is dat 8%. Andere groepen die negatiever zijn over de ontwikkeling van hun buurt zijn arbeidsongeschikten (10%), lager opgeleiden (11%) en woningeigenaren (13%).

Figuur 10: Buurt is erop vooruitgegaan, op gemeenteniveau

Wijkvernieuwingswijken

In de wijkvernieuwingswijken zegt gemiddeld 19% dat de buurt in het afgelopen jaar erop vooruit is gegaan. Dit is hoger dan in de overige wijken (15%). De grootste verschillen tussen wijkvernieuwingswijken en de rest van de gemeente zien we bij hoger opgeleiden (25% versus 18%) en studenteneenpersoonshuishoudens (27% versus 20%). Ook bij 45-64-jarigen, 65-plussers, eenpersoonshuishoudens (geen student) en samenwonenden met twee zijn de verschillen tamelijk groot (overal 5 procentpunt).

Figuur 11: Buurt is erop vooruitgegaan, op wijkvernieuwingsniveau

Wijkclusters

Van de drie verschillende wijkclusters vinden inwoners de vooruitgang van de buurt het grootst in De Hoogte/Indische buurt/Oosterpark (21%). Vinkhuizen/Paddepoel/Selwerd/Tuinwijk en Beijum/Lewenborg scoren lager met respectievelijk 16% en 15%. Er bestaan vooral verschillen tussen de wijkclusters bij de leeftijdscategorie 45-64 jaar, werkenden, samenwonenden met twee, woningeigenaren, middeninkomens en hoger opgeleiden. Binnen deze groepen springt het cluster De Hoogte/Indische buurt/Oosterpark er in positieve zin uit.

Figuur 12: Buurt is erop vooruitgegaan, op wijkclusterniveau​

2.5Rondkomen

Gemiddeld genomen zegt 10% van de Groningers moeilijk, heel moeilijk of helemaal niet rond te kunnen komen. Er zijn een aantal (voor de hand liggende) groepen die hoger scoren: inwoners met een laag inkomen (27%), die werkzoekend (27%) of arbeidsongeschikt (25%) zijn, en eenpersoonsstudentenhuishoudens (23%). Groepen die weinig moeite hebben met rondkomen zijn onder andere hoge inkomens (1%), woningeigenaren (3%) en 65-plussers (4%).

Figuur 13: Kan moeilijk, heel moeilijk of helemaal niet rondkomen, op gemeenteniveau

Wijkvernieuwingswijken

In de wijkvernieuwingswijken geeft gemiddeld 12% van de bewoners aan moeilijk, heel moeilijk of helemaal niet rond te kunnen komen. Dit is hoger dan in de overige wijken, waar dat 8% is. De grootste verschillen tussen wijkvernieuwingswijken en de rest van de gemeente zien we bij 45-65-jarigen (11% versus 5%), arbeidsongeschikten (29% versus 23%) en meeroudergezinnen (10% versus 4%). Ook bij mannen, laagopgeleiden en eenoudergezinnen zijn de verschillen redelijk groot (overal 5 procentpunt).

Figuur 14: Kan moeilijk, heel moeilijk of helemaal niet rondkomen, op wijkvernieuwingsniveau

Wijkclusters

Van de drie verschillende wijkclusters is de score voor moeilijk rondkomen in het cluster Vinkhuizen/Paddepoel/Selwerd/Tuinwijk en het cluster De Hoogte/Indische buurt/Oosterpark met 13% het hoogst. In Beijum/Lewenborg gaat het om 9%. Het valt op dat vrouwen en middelopgeleiden in Beijum/Lewenborg een stuk lager scoren vergeleken met de andere clusters.

Figuur 15: Kan moeilijk, heel moeilijk of helemaal niet rondkomen, op wijkclusterniveau

2.6Vertrouwen in het gemeentebestuur

In de gemeente Groningen heeft gemiddeld 37% van de inwoners (heel) veel vertrouwen in de manier waarop de gemeente bestuurd wordt. Er zijn verschillende groepen waar dit vertrouwen hoger is: hoge inkomens (48%), eenpersoonsstudentenhuishoudens (47%) en huurders (44%). Groepen waarbij het vertrouwen in het gemeentebestuur juist lager is, zijn laagopgeleiden (22%), arbeidsongeschikten (24%) en eenoudergezinnen (25%).

Figuur 16: Heeft (heel) veel vertrouwen in de manier waarop de gemeente bestuurd wordt, op gemeenteniveau

Wijkvernieuwingswijken

In de wijkvernieuwingswijken zegt gemiddeld 35% (heel veel) vertrouwen te hebben in de manier waarop de gemeente wordt bestuurd, tegenover 37% in de overige wijken. Het grootste verschil zit bij middelopgeleiden (26% versus 36%); in de wijkvernieuwingswijken heeft deze groep dus minder vertrouwen in het gemeentebestuur dan dezelfde groep in de rest van de gemeente. Ook bij andere groepen zijn er redelijke verschillen, maar hier is vaak ook overlap tussen de betrouwbaarheidsintervallen.

Figuur 17: Heeft (heel) veel vertrouwen in de manier waarop de gemeente bestuurd wordt, op wijkvernieuwingsniveau

Wijkclusters

Van de drie verschillende wijkclusters is het vertrouwen in het gemeentebestuur het hoogst in De Hoogte/Indische buurt/Oosterpark (38%), gevolgd door Vinkhuizen/Paddepoel/Selwerd/Tuinwijk (36%) en Beijum/Lewenborg (32%). Er bestaan vooral verschillen tussen de wijkclusters bij de leeftijdscategorieën 26-44 jaar en 45-64 jaar, samenwonenden met twee en mannen.

Figuur 18: Heeft (heel) veel vertrouwen in de manier waarop de gemeente bestuurd wordt, op wijkclusterniveau

2.7Geschiktheid van de woonsituatie

Gemiddeld genomen vindt 79% van de volwassenen in de gemeente Groningen dat diens woonsituatie bij het huidige leven past. Een aantal groepen scoort hoger: hoogopgeleiden (88%), eenpersoonsstudentenhuishoudens (84%) en woningeigenaren (84%). Ook inwoners boven de 45 jaar, samenwonenden met twee en meeroudergezinnen zijn positief over hun woonsituatie. Groepen die het minder eens zijn met de stelling zijn werkzoekenden (65%), arbeidsongeschikten (66%), eenoudergezinnen (65%) en inwoners in een corporatiewoning (67%).

Figuur 19: Mijn woonsituatie past bij mijn huidige leven ((helemaal) eens), op gemeenteniveau

Wijkvernieuwingswijken

In de wijkvernieuwingswijken stelt gemiddeld 74% van de bewoners dat hun woonsituatie bij het huidige leven past, in de overige wijken is dat 81%. Het grootste verschil zit bij 45-65-jarigen (71% versus 85%) en eenoudergezinnen (57% versus 72%). Ook bij werkenden en meeroudergezinnen zijn de verschillen vrij groot.

Figuur 20: Mijn woonsituatie past bij mijn huidige leven ((helemaal) eens), op wijkvernieuwingsniveau

Wijkclusters

Van de drie verschillende wijkclusters vindt in Beijum/Lewenborg het hoogste percentage (77%) dat de woning bij het huidige leven past. In Vinkhuizen/Paddepoel/Selwerd/Tuinwijk is dat 75% en in De Hoogte/Indische buurt/Oosterpark 69%. Er zijn vooral verschillen tussen de wijkclusters op te merken bij mannen, de leeftijdscategorieën 26-44 jaar en 45-64 jaar, samenwonenden met twee, werkenden, middelopgeleiden, middeninkomens en inwoners met een corporatiewoning. Hierbij scoort De Hoogte/Indische buurt/Oosterpark steeds het laagst.

Figuur 21: Mijn woonsituatie past bij mijn huidige leven ((helemaal) eens), op wijkclusterniveau