Bevolkingsprognose; model en aannames
Bevolkingsprognose; model en aannames (titel verborgen)
In dit hoofdstuk worden de aannames besproken die aan de bevolkings- en huishoudensprognose ten grondslag liggen. Aannames vormen de ruggengraat van prognoses, omdat ze een kader bieden voor het modelleren van toekomstige ontwikkelingen.
2.1 Bevolkingsprognose op gemeenteniveau
Belangrijke factoren die de bevolkingsprognose kunnen beïnvloeden, zijn onder andere geboorte- en sterftecijfers, migratie (zowel binnenlands als buitenlands) en beleidsmaatregelen zoals woningbouw (Nicolaas & Sprangers, 2020; PBL, 2019; Musterd & Ostendorf, 2008). De bevolkingsprognose voor de gemeente Groningen is gebaseerd op demografische aannames over deze factoren, waarbij de bevolkingsopbouw van 1 januari 2025, gespecificeerd naar leeftijd en geslacht, als uitgangspunt dient.
Geboorte
Het GBPro-model maakt gebruik van het totale vruchtbaarheidscijfer (TVC) om het aantal geboorten te modelleren. Het TVC geeft het gemiddelde aantal kinderen dat een vrouw gedurende haar leven krijgt. In de bevolkingsprognose 2025 worden de vruchtbaarheidscijfers vastgesteld op basis van de cijfers uit de tien voorgaande jaren, van 2015 tot en met 2024.
In de gemeente Groningen was het totale vruchtbaarheidscijfer (TVC) in 2024 (1,09) ongeveer 24 procent lager dan in 2015 (1,44). Deze daling past binnen een duidelijke neerwaartse trend over de periode 2015 tot en met 2024, waarin het gemiddelde TVC ongeveer 12 procent lager lag dan in 2015. Bij de bevolkingsprognose sluiten wij aan bij deze gemiddelde daling van circa 12 procent en houden wij geen rekening met de volledige daling van 24 procent tussen 2015 en 2024. Dit komt doordat de woningbouwplanning mede bepaalt welke typen huishoudens in welke woningen kunnen instromen. Volgens de huidige planning zal ongeveer 22 procent van de op te leveren woningen in de komende twintig jaar een eengezinswoning zijn. Bij een toename van het aantal eengezinswoningen kunnen huishoudens instromen die eerder geneigd zijn hun gezin uit te breiden. Hierdoor kan een verandering in het woningaanbod samenhangen met de toekomstige ontwikkeling van het TVC.
Sterfte
In 2024 heeft het CBS prognoses opgesteld voor de sterftecijfers van mannen en vrouwen (CBS, 2024). Sterftecijfers zijn het aantal sterfgevallen in een populatie in verhouding tot het aantal individuen in die populatie. In de CBS-prognose zijn de jaarlijkse sterftecijfers een factor lager dan het voorgaand jaar. In de nieuwste bevolkingsprognose volgen wij deze CBS-prognoses en hanteren dezelfde jaarlijkse afnamefactoren van de sterftecijfers voor mannen en vrouwen. Hierbij zijn de historische sterftekansen naar geslacht en leeftijd bepaald op basis van cijfers uit de tien voorgaande jaren (2015 tot en met 2024).
Binnenlandse migratiesaldo
Het binnenlands migratiesaldo, het verschil tussen het aantal mensen dat zich in de gemeente vestigt en het aantal dat vertrekt, heeft de afgelopen tien jaar een gemiddeld saldo van -522 laten zien. Er vertrokken dus meer mensen uit de gemeente dan dat er zich nieuw vestigden. Gezien de huidige ambitieuze woningbouwplannen is het niet realistisch om deze negatieve trend ongewijzigd door te trekken naar de toekomst. In het prognosemodel wordt ervan uitgegaan dat een toename in het aantal beschikbare woningen bijdraagt aan een groter vestigingspotentieel. Met andere woorden: naarmate er meer woningen worden gebouwd, wordt het waarschijnlijker dat meer mensen zich in de gemeente zullen vestigen dan dat er vertrekken, wat kan leiden tot een positief migratiesaldo.
Bij het inschatten van het binnenlands migratiesaldo voor de komende jaren hebben we rekening gehouden met de woningbouwplannen. In de eerstkomende jaren verwachten we een aanzienlijke toename van het woningaanbod. Volgens ons model zou dit kunnen leiden tot een stijging van het binnenlands migratiesaldo in de beginjaren. Aangezien het onwaarschijnlijk is dat de geplande woningbouw direct zal leiden tot een sterke stijging van het aantal vestigers, passen we het binnenlands migratiesaldo zodanig aan dat het effect van de woningbouw op de bevolkingsgroei realistischer en gelijkmatiger over de prognosejaren wordt ingeschat.
Buitenlandse migratiesaldo
Het buitenlands migratiesaldo is het aantal personen dat zich vanuit het buitenland in een gemeente vestigt min het aantal inwoners dat die gemeente verlaat om zich buiten Nederland te vestigen. De prognose van het buitenlands migratiesaldo in Groningen is afgeleid van het gemiddelde jaarlijkse landelijke migratiesaldo. De afgelopen tien jaar was het aandeel van de gemeente Groningen gemiddeld 1,7 procent per jaar. In 2024 heeft het CBS een prognose opgesteld voor het landelijk buitenlands migratiesaldo voor de komende 20 jaar (CBS, 2024). Bij het voorspellen van het buitenlands migratiesaldo in Groningen nemen we aan dat het jaarlijkse saldo eveneens 1,7 procent bedraagt van het jaarlijks vastgestelde landelijke migratiesaldo.
Geplande woningbouw
Het GBPro-model gaat ervan uit dat de woningbouwplanning een invloed heeft op de toekomstige bevolkingsontwikkeling. Voor de meest recente bevolkingsprognose zijn de woningbouwplannen van juni 2025 gebruikt. Hieruit blijkt dat in de eerste tien jaar van de prognoseperiode ongeveer 65 procent van de geplande woningbouw is voorzien, wat neerkomt op gemiddeld 1.700 woningen per jaar. De resterende 35 procent valt in de laatste negen jaar, met gemiddeld 1.035 woningen per jaar, voor een totaal van 26.343 woningen. Omdat de woningbouwplanning een momentopname is, zijn eventuele toekomstige toevoegingen aan de planning niet meegenomen in de prognose.
2.2 Bevolkingsprognose op wijkniveau
Naast de gemeentelijke prognose worden ook wijkprognoses gemaakt, omdat verschillen in woningbouwplanning leiden tot uiteenlopende bevolkingsontwikkelingen. Zo wordt zichtbaar welke wijken groeien en welke krimpen. Wanneer we de wijkprognoses samenvoegen, vormen ze een representatieve afspiegeling van de gemeentelijke prognose, gebaseerd op de gemeentelijke aannames.
2.3 Huishoudensprognose
Naast de bevolkingsprognose op gemeentelijk niveau, voeren wij ook een huishoudensprognose uit. Deze prognose richt zich op de verdeling van de bevolking over verschillende huishoudtypes. We onderscheiden daarbij stellen zonder kinderen, stellen met kinderen, eenoudergezinnen en alleenstaanden. Belangrijke factoren die bij de huishoudensprognose een rol spelen zijn vergrijzing, gezinssamenstelling en woningtypes. Hoewel beide prognoses met elkaar verbonden zijn, biedt de bevolkingsprognose inzicht in de totale bevolking, terwijl de huishoudensprognose duidelijk maakt hoe deze bevolking is verdeeld over wooneenheden. Samen geven ze een compleet beeld van de toekomstige demografie.