Spring naar inhoud

Toegankelijkheidsopties:

Bevolkingsprognose op gemeenteniveau

Bevolkingsprognose op gemeenteniveau (titel verborgen)

Deze bevolkingsprognose beschrijft de periode van 2025 tot en met 2045. Volgens de prognose zal de bevolking van Groningen in deze periode met 38.165 inwoners toenemen, van 244.313 inwoners in 2025 naar 282.478 inwoners in 2045. In de loop van 2028 zal de grens van 250.000 inwoners worden gepasseerd (zie figuur 1). We baseren de bevolkingsontwikkeling in deze prognose op twee demografische factoren: natuurlijke groei en migratie. In paragraaf 3.1 en 3.2 behandelen we eerst de dynamiek van deze componenten in het afgelopen decennium, en vervolgens de verwachte ontwikkelingen voor de prognoseperiode van de komende 20 jaar.

Figuur 1: Waarneming en prognose bevolking gemeente Groningen, 2015 tot en met 2045

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Jaar Bevolkingsontwikkeling 2015-2025 Bevolkingsprognose 2025-2045
2015 226.532  
2016 227.141  
2017 229.249  
2018 229.715  
2019 230.973  
2020 232.617  
2021 233.149  
2022 234.854  
2023 237.896  
2024 243.391  
2025 244.313 244.313
2026   246.394
2027   248.307
2028   250.649
2029   253.498
2030   256.069
2031   258.930
2032   261.243
2033   263.787
2034   265.755
2035   267.667
2036   269.420
2037   271.026
2038   272.885
2039   274.774
2040   276.372
2041   277.776
2042   279.047
2043   280.230
2044   281.367
2045   282.478

3.1 Natuurlijke groei

De natuurlijke groei van de bevolking is het verschil tussen het aantal levend geboren kinderen en het aantal sterfgevallen. Figuur 2 laat de (verwachte) ontwikkeling zien van de natuurlijke groei in de periode 2015 tot en met 2044.

Het aantal geboorten in de gemeente daalt continu, van 2.273 in 2015 naar 2.025 in 2019. In 2020 en 2021 is er echter een tijdelijke stijging, met een piek van 2.226 geboorten in 2021. Deze stijging houdt echter geen stand: in 2022 daalt het aantal geboorten scherp naar 1.978, gevolgd door een verdere afname tot 1.843 in 2023. In 2024 is er een licht herstel naar 1.920, maar dit is ook duidelijk onder het niveau van tien jaar eerder.

De dalende geboortetrend lijkt vooral samen te hangen met het totale vruchtbaarheidscijfer. Dit daalde van 1,44 kind per vrouw in 2015 naar ongeveer 1,09 in 2024, het laagste niveau in de afgelopen tien jaar, op een iets lager punt na in 2023 (1,08). Alleen in 2020 en 2021 was er een tijdelijke stijging, die niet werd vastgehouden. De afname van de vruchtbaarheid zou kunnen samenhangen met bredere maatschappelijke ontwikkelingen, zoals het uitstellen van kinderen krijgen, en veranderende economische omstandigheden.

Opvallend is dat het aantal vrouwen in de vruchtbare leeftijd (15 tot 49 jaar) in dezelfde periode juist flink toeneemt: met ruim acht procent van 64.513 in 2015 naar ruim 70.000 in 2024. Deze groei zou normaal gesproken tot hogere geboortecijfers leiden, maar blijkt in dit geval onvoldoende om de sterke daling van het vruchtbaarheidscijfer te compenseren. Het is belangrijk op te merken dat de hoge studentenpopulatie in Groningen mogelijk een rol speelt in deze toename. Hoewel deze vrouwen binnen de vruchtbare leeftijd vallen, bevinden veel van hen zich waarschijnlijk nog niet in de fase waarin ze ervoor kiezen om kinderen te krijgen. De structureel lagere gezinsgrootte per vrouw heeft daarmee veel meer invloed op het totale aantal geboorten dan de toename in de potentiële moederpopulatie.

Figuur 2: Ontwikkeling geboorten, sterften en natuurlijke groei gemeente Groningen, 2015 tot en met 2044

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Jaar Ontwikkeling natuurlijke groei Prognose natuurlijke groei Ontwikkeling geboorten Prognose geboorten Ontwikkeling sterften Prognose sterften
2015 567   2.273   1.706  
2016 482   2.201   1.719  
2017 406   2.154   1.748  
2018 336   2.037   1.701  
2019 320   2.025   1.705  
2020 267   2.073   1.806  
2021 383   2.226   1.843  
2022 47   1.978   1.931  
2023 -37   1.843   1.880  
2024 -10 -10 1.920 1.920 1.930 1.930
2025   56   1.985   1.929
2026   81   2.003   1.922
2027   92   2.019   1.927
2028   94   2.038   1.944
2029   107   2.060   1.953
2030   112   2.082   1.970
2031   91   2.101   2.010
2032   67   2.116   2.049
2033   43   2.131   2.088
2034   24   2.142   2.118
2035   -4   2.148   2.152
2036   -36   2.152   2.188
2037   -58   2.156   2.214
2038   -83   2.158   2.241
2039   -108   2.160   2.268
2040   -133   2.154   2.287
2041   -161   2.148   2.309
2042   -184   2.134   2.318
2043   -212   2.122   2.334
2044   -230   2.116   2.346

Het aantal sterfgevallen schommelt licht in de periode 2015 tot en met 2024, maar vertoont over de gehele periode een stijgende trend. In de jaren 2015 tot en met 2019 blijft het aantal sterfgevallen relatief stabiel rond de 1.700. Vanaf 2020 neemt het aantal sterfgevallen toe, met een hoogtepunt van 1.931 in 2022. Ook in 2023 en 2024 blijft het aantal sterfgevallen met respectievelijk 1.880 en 1.930 op een vergelijkbaar hoog niveau.

Als gevolg hiervan neemt de natuurlijke groei (geboorten minus sterfte) in hoog tempo af. In 2015 was er nog sprake van een groei van 567, maar in 2019 is deze al gedaald tot 320. Vanaf 2021 versnelt de daling verder: in 2022 resteert slechts 47, en in 2023 slaat de balans om naar een lichte natuurlijke krimp van 37. In 2024 blijft sprake van een natuurlijke krimp van 10. In minder dan tien jaar is de natuurlijke aanwas daarmee vrijwel volledig verdwenen. Deze ontwikkeling is het gevolg van een combinatie van een dalend aantal geboorten en een stijgend aantal sterfgevallen.

Volgens de huidige prognoses neemt het aantal geboorten vanaf 2025 geleidelijk toe. Deze stijging blijft beperkt, maar draagt bij aan een herstel richting het geboortecijfer van vóór 2022. Wij ramen tot en met 2044 gemiddeld iets meer dan 2.100 geboorten per jaar. De verdere groei van het aantal vrouwen in de vruchtbare leeftijd kan hieraan bijdragen; dit aantal neemt naar verwachting toe van 70.324 in 2025 tot 80.823 in 2045.

Het aantal sterfgevallen neemt naar verwachting toe, voornamelijk in samenhang met de toename van het aandeel oudere leeftijdsgroepen in de bevolking. In de prognose gaan wij voor de periode 2025 tot en met 2044 uit van een geleidelijke stijging van het aantal sterfgevallen, van 1.929 in 2025 naar 2.346 in 2044. Hierdoor komen de aantallen geboorten en sterfgevallen steeds dichter bij elkaar te liggen. De natuurlijke groei blijft positief tot en met 2033, maar wordt vanaf 2034 negatief, doordat het aantal sterfgevallen iets hoger ligt dan het aantal geboorten.

3.2 Migratie

Het binnenlands migratiesaldo geeft het verschil weer tussen het aantal personen dat zich vanuit andere delen van Nederland in de gemeente Groningen vestigt en het aantal inwoners dat de gemeente verlaat voor een andere woonplaats binnen Nederland. Zoals weergegeven in figuur 3 vertoont het binnenlands migratiesaldo de afgelopen jaren aanzienlijke schommelingen. In de periode van 2015 tot en met 2024 waren de saldi vaak negatief, wat aangeeft dat er meer mensen uit Groningen vertrokken dan dat er zich vestigden. Een uitzondering vormt 2023, waarin het saldo 3.149 personen bedroeg, wat wijst op een grote instroom vanuit andere delen van Nederland. Dit cijfer lijkt echter vertekend, mogelijk doordat in dat jaar de uitwonendenbeurs opnieuw werd ingevoerd. Hierdoor hebben veel studenten die al in Groningen woonden zich pas in 2023 officieel ingeschreven, wat heeft geleid tot een administratieve toename van het migratiesaldo in plaats van een daadwerkelijke bevolkingsgroei. In de prognoseperiode van 2025 tot en met 2044 blijven de binnenlandse migratiesaldi positief, maar met wisselende waarden. De saldi schommelen in deze periode tussen 250 en 1.603 personen. De hoogte van het migratiesaldo wordt sterk beïnvloed door de woningbouwprogrammering tot 2044: een hogere of lagere woningbouw vertaalt zich namelijk in een hoger of lager migratiesaldo.

Figuur 3: Migratiesaldi (binnen- en buitenlands) gemeente Groningen, 2015 tot en met 2044

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Jaar Binnenlands migratiesaldo Buitenlands migratiesaldo
2015 -443 518
2016 -721 1.345
2017 -1.079 1.137
2018 -1.118 1.971
2019 -1.004 2.223
2020 -515 744
2021 -1.488 2.755
2022 -1.230 4.148
2023 3.149 2.342
2024 -773 1.642
2025 250 1.775
2026 276 1.556
2027 837 1.413
2028 1.497 1.258
2029 1.266 1.198
2030 1.603 1.146
2031 1.084 1.138
2032 1.340 1.137
2033 807 1.118
2034 791 1.097
2035 668 1.089
2036 571 1.071
2037 863 1.054
2038 927 1.045
2039 676 1.030
2040 513 1.024
2041 420 1.012
2042 363 1.004
2043 351 998
2044 349 992

Het buitenlands migratiesaldo is het verschil tussen het aantal personen dat zich vanuit het buitenland in Groningen vestigt en het aantal inwoners dat de gemeente verlaat om zich buiten Nederland te vestigen. Dit saldo vertoont het meest onregelmatige patroon van alle componenten van de bevolkingsontwikkeling, zie figuur 3. In de periode 2015 tot en met 2024 steeg het aantal immigranten van 5.527 in 2015 naar 7.502 in 2024, terwijl het aantal emigranten toenam van 5.009 naar 5.860. Dit resulteerde in een migratiesaldo dat gedurende deze jaren varieerde. Het migratiesaldo varieerde tussen 518 in 2015 en 1.642 in 2024, met pieken in 2021 (2.755) en 2022 (4.148). In sommige jaren, zoals 2017 (1.137) en 2020 (744), was het saldo lager. Het saldo was overwegend positief, met meer immigratie dan emigratie.

Buitenlandse migratie kent een grillig verloop, waardoor het moeilijk is om nauwkeurige voorspellingen te doen. De prognose voor het buitenlands migratiesaldo in Groningen voor de periode van 2025 tot en met 2044 is afgeleid van het gemiddelde jaarlijkse landelijke migratiesaldo. Dit resulteert in een verwacht gemiddeld migratiesaldo van ongeveer 1.160 personen per jaar. Het is echter belangrijk op te merken dat migratiecijfers sterk kunnen variëren door onverwachte factoren, zoals beleidswijzigingen of mondiale ontwikkelingen (bijvoorbeeld economische of geopolitieke veranderingen). Daarom benaderen wij deze prognose met enige voorzichtigheid, vooral omdat het gemiddelde migratiesaldo in Groningen in de voorgaande tien jaar ruim 1.880 personen per jaar was.

Bevolkingsgroei voornamelijk bepaald door buitenlands migratiesaldo

Figuur 4 toont de ontwikkeling van de (verwachte) bevolkingsgroei en de onderliggende componenten over de periode 2015 tot en met 2044. In de afgelopen tien jaar werd de bevolkingsgroei vooral bepaald door het buitenlands migratiesaldo. Dit saldo is in alle jaren duidelijk positief en vormt daarmee het grootste aandeel in de totale groei. De natuurlijke groei (geboorte minus sterfte) vertoont in de afgelopen tien jaar een dalende trend, van positieve waarden naar lage of zelfs licht negatieve waarden vanaf 2023. Het binnenlands migratiesaldo is in deze periode overwegend negatief, waardoor het de bevolkingsgroei afremt.

Figuur 4: Bevolkingsgroei gemeente Groningen naar onderliggende componenten, 2015 tot en met 2044

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Jaar Buitenlands migratiesaldo Binnenlands migratiesaldo Natuurlijke groei Bevolkingsgroei
2015 518 -443 567 609
2016 1.345 -721 482 2.108
2017 1.137 -1.079 406 466
2018 1.971 -1.118 336 1.258
2019 2.223 -1.004 320 1.644
2020 744 -515 267 532
2021 2.755 -1.488 383 1.705
2022 4.148 -1.230 47 3.042
2023 2.342 3.149 -37 5.495
2024 1.642 -773 -10 922
2025 1.775 250 56 2.081
2026 1.556 276 81 1.913
2027 1.413 837 92 2.342
2028 1.258 1.497 94 2.849
2029 1.198 1.266 107 2.571
2030 1.146 1.603 112 2.861
2031 1.138 1.084 91 2.313
2032 1.137 1.340 67 2.544
2033 1.118 807 43 1.968
2034 1.097 791 24 1.912
2035 1.089 668 -4 1.753
2036 1.071 571 -36 1.606
2037 1.054 863 -58 1.859
2038 1.045 927 -83 1.889
2039 1.030 676 -108 1.598
2040 1.024 513 -133 1.404
2041 1.012 420 -161 1.271
2042 1.004 363 -184 1.183
2043 998 351 -212 1.137
2044 992 349 -230 1.111

In onze prognose vanaf 2025 blijft het buitenlands migratiesaldo de belangrijkste positieve component van de bevolkingsgroei. Volgens deze prognose wordt de natuurlijke groei vanaf 2035 structureel negatief, doordat het aantal sterfgevallen het aantal geboorten overtreft. Het binnenlands migratiesaldo is in de prognosejaren positief en bereikt een piek van 1.603 in 2030, waarna het geleidelijk afneemt, maar boven nul blijft.

Over de gehele periode van 2015 tot en met 2044 bezien komt de bevolkingsgroei vooral voort uit buitenlandse migratie, terwijl natuurlijke groei en binnenlandse migratie steeds minder bijdragen of de groei juist afremmen. Het is echter belangrijk op te merken dat buitenlandse migratie een grillig verloop kent, waardoor het moeilijk is om nauwkeurige voorspellingen te doen. Dit maakt de toekomstige bevolkingsgroei lastig te voorspellen, aangezien de bijdrage van buitenlandse migratie sterk kan variëren door onvoorspelbare factoren, zoals beleidswijzigingen of mondiale ontwikkelingen.

3.3 Bevolkingsontwikkeling naar leeftijd en geslacht

Groningen: meer jonge volwassenen, meer ouderen

In het afgelopen decennium is de samenstelling van de Groningse bevolking naar leeftijd veranderd. De grootste toename is te zien in de leeftijdscategorie van 20 tot en met 34 jaar, waar het aantal inwoners met ruim 10.200 is gestegen. Tegelijkertijd is het aantal jongeren in de categorie van 0 tot en met 19 jaar met ongeveer 1.100 afgenomen. De groep van 50 tot en met 64 jaar kent een beperkte groei van 724 inwoners. Daarnaast is het aantal 65-plussers in dezelfde periode met bijna 7.900 sterk toegenomen (zie tabel 1).

Tabel 1: Bevolking gemeente Groningen naar leeftijdsgroep 2015, 2025 (1 januari)

Leeftijdscategorie 2015 2025 2025 t.o.v. 2015
0 t/m 19 jaar 44.740 43.640 -1.100
20 t/m 34 jaar 74.787 84.994 10.207
35 t/m 49 jaar 39.807 39.873 66
50 t/m 64 jaar 36.994 37.718 724
65-plus 30.204 38.088 7.884
Totaal aantal inwoners 226.532 244.313 17.781

Volgens het CBS blijft het aantal ouderen in Nederland groeien. Vanaf dit jaar zijn er voor het eerst meer 65-plussers dan jongeren tot 20 jaar (CBS, 2025). Voor de gemeente Groningen is dit momenteel nog niet het geval, maar het gaat om een trend waar de gemeente in de komende decennia naar verwachting mee te maken krijgt. De prognoses voor 2045 laten zien dat de bevolkingspiramide overal iets breder wordt; vrijwel alle leeftijdsgroepen nemen toe in omvang (zie figuur 5). De groep van 20 tot en met 24 jaar blijft echter de grootste, zodat het karakter van de gemeente als studentenstad blijft. Toch is het waarschijnlijk dat de groei van de oudere bevolking ook in Groningen steeds zichtbaarder zal worden, en dat kan de demografische samenstelling van de gemeente in de toekomst beïnvloeden.

Meer vrouwen in de latere levensfasen

De bevolkingspiramides van 2025 en 2045 laten zien dat de ontwikkeling van mannen en vrouwen grotendeels parallel verloopt, maar dat er met het toenemen van de leeftijd steeds duidelijkere verschillen ontstaan. In de jongste leeftijdsgroepen zijn de aantallen mannen en vrouwen vrijwel gelijk. Dit beeld blijft in beide jaren stabiel en wijst erop dat mannen en vrouwen in het begin van de levensloop in vergelijkbare aantallen voorkomen. Naarmate de leeftijd toeneemt, wordt het verschil tussen mannen en vrouwen zichtbaar. In de middelbare leeftijdsgroepen zijn vrouwen iets sterker vertegenwoordigd dan mannen. Dit verschil wordt groter op hogere leeftijden. In 2045 is het verschil in aantallen tussen mannen en vrouwen groter dan in 2025, waardoor vrouwen een steeds groter aandeel vormen van de oudste bevolkingsgroepen.

Figuur 5.1: Bevolkingspiramide gemeente Groningen 2025

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

leeftijd Mannen Vrouwen
95+ 75 218
90-94 386 822
85-89 1.026 1.729
80-84 2.043 2.635
75-79 3.902 4.381
70-74 4.792 5.023
65-69 5.432 5.624
60-64 6.054 6.158
55-59 6.409 6.297
50-54 6.575 6.225
45-49 6.073 5.889
40-44 6.846 6.052
35-39 7.864 7.149
30-34 10.351 8.925
25-29 14.216 13.429
20-24 17.432 20.641
15-19 7.478 8.239
10-14 4.871 4.739
5-9 4.732 4.404
0-4 4.740 4.437

Figuur 5.2: Bevolkingspiramide gemeente Groningen 2045

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

leeftijd Mannen Vrouwen
95+ 191 482
90-94 897 1.578
85-89 2.166 3.119
80-84 3.551 4.403
75-79 4.709 5.158
70-74 5.535 5.604
65-69 5.892 5.844
60-64 6.641 6.223
55-59 7.123 6.832
50-54 7.528 7.111
45-49 7.803 7.414
40-44 8.436 7.854
35-39 9.790 8.806
30-34 12.323 10.822
25-29 16.971 15.464
20-24 19.953 23.317
15-19 6.446 7.146
10-14 4.931 4.807
5-9 4.828 4.765
0-4 5.023 4.992

Groene en grijze druk gemeente Groningen

De groene druk laat zien hoeveel jongeren (0-19 jaar) er zijn ten opzichte van de werkende bevolking (20-64 jaar), terwijl de grijze druk aangeeft hoe groot de groep ouderen (65-plussers) is in vergelijking met de werkenden. Samen geven deze twee cijfers inzicht in de balans tussen jongeren, ouderen en de werkzame bevolking, en laten ze demografische trends in een land of regio zien.

In de afgelopen tien jaar is de groene druk gedaald met 2,7 procentpunten, van 29,5 procent naar 26,8 procent. Deze daling wordt veroorzaakt door het afnemen van het aantal jongeren in verhouding tot de werkende bevolking. We verwachten dat deze trend zich de komende decennia voortzet, met een verdere daling van de groene druk tot 22,6 procent in 2045.

De grijze druk is in dezelfde periode gestegen met 3,5 procentpunten, van 19,9 procent naar 23,4 procent. Deze stijging komt door de vergrijzing van de bevolking, waarbij het aantal ouderen in verhouding tot de werkende bevolking toeneemt. Het is waarschijnlijk dat de grijze druk tegen 2045 zal oplopen tot 25,8 procent, mogelijk mede door factoren zoals een hogere levensverwachting en lagere geboortecijfers in de afgelopen decennia.

De groene druk is afgenomen met 2,7 procentpunten, terwijl de grijze druk is gestegen met 3,5 procentpunten. Dit betekent dat de totaaldruk van niet-productieve groepen (jongeren en ouderen samen) is toegenomen. De daling van de groene druk (minder jongeren) wordt namelijk overtroffen door de stijging van de grijze druk (meer ouderen). Hierdoor komt de werkende bevolking steeds meer onder druk te staan, omdat het aantal ouderen in verhouding tot de werkenden toeneemt. Dit wijst op een verschuiving in de demografische samenstelling, waarbij het aantal werkenden afneemt ten opzichte van het totaal aantal jongeren en ouderen.

3.4 Nieuwe prognose lager dan eerdere raming 

In de nieuwste bevolkingsprognose is de totale woningbouwplanning over de prognoseperiode slechts 135 woningen meer dan in de prognose van vorig jaar. Het prognosemodel is oorspronkelijk gebaseerd op de aanname dat meer woningbouw automatisch zou zorgen voor een grotere bevolkingsgroei. Deze aanname blijkt echter niet uit te komen, aangezien de nieuwe prognose lager uitvalt dan die van vorig jaar. Het verschil in het verwachte inwonertal varieert van 1.937 minder inwoners in het eerste prognosejaar tot 1.410 minder in het laatste prognosejaar (zie figuur 6).

Als we de woningbouwplannen in de nieuwste prognose vergelijken met de plannen die vorig jaar zijn gebruikt, blijkt dat er in meer dan de helft van de prognosejaren minder woningen gepland zijn. Dit heeft invloed op de bevolkingsgroei, aangezien het aantal inwoners mede wordt bepaald door de hoeveelheid beschikbare woningen. Lagere bouwcijfers in de vroege jaren hebben bovendien een doorlopende invloed op de bevolkingsomvang in latere jaren. Door fluctuaties in de woningbouw en andere demografische factoren zal de bevolkingsgroei in meer dan de helft van de prognosejaren minder sterk zijn dan in de prognose van vorig jaar. Dit resulteert uiteindelijk in een lagere bevolkingsomvang, ondanks dat er gedurende de gehele prognoseperiode iets meer woningen worden gebouwd dan in de vorige prognose.

Een ander belangrijk verschil betreft het migratiesaldo. In de nieuwste prognose schatten wij het migratiesaldo in alle jaren lager of gelijk in dan in de prognose van vorig jaar. Deze lagere inschatting past binnen het beeld van een lagere bevolkingsontwikkeling en de aannames over woningbouw in de prognose. Dit betekent dat er minder mensen naar de gemeente Groningen zullen verhuizen dan in de vorige prognose werd voorzien, wat de bevolkingsgroei verder afremt. Het migratiesaldo speelt daarmee een belangrijke rol in de uiteindelijke bevolkingsomvang.

Figuur 6: Ontwikkeling aantal inwoners tot 2044 gemeente Groningen, OIS prognose uit 2024 en 2025

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Jaar Bevolkingsprognose 2024-2044 Bevolkingsprognose 2025-2045
2025 246.145 244.313
2026 248.331 246.394
2027 250.441 248.307
2028 253.236 250.649
2029 255.902 253.498
2030 258.475 256.069
2031 261.180 258.930
2032 263.255 261.243
2033 265.475 263.787
2034 267.495 265.755
2035 269.332 267.667
2036 271.008 269.420
2037 272.723 271.026
2038 274.871 272.885
2039 276.579 274.774
2040 278.035 276.372
2041 279.367 277.776
2042 280.589 279.047
2043 281.724 280.230
2044 282.777 281.367