Inleiding
Inleiding (titel verborgen)
1.1 Aanleiding
De gemeente Groningen heeft verschillende regelingen om inwoners te ondersteunen als zij vanuit een bijstandsuitkering (weer) de overgang naar werk maken. Eén van deze regelingen is de uitstroompremie. In de huidige opzet ontvangen inwoners van de gemeente Groningen die minimaal drie jaar aaneengesloten een bijstandsuitkering hebben ontvangen en daarna werk vinden de uitstroompremie. De regeling bestaat sinds een aantal jaar en heeft verschillende invullingen gekend. De premie bedraagt op dit moment €600 voor inwoners die volledig uit de bijstand stromen en €300 voor inwoners die parttime gaan werken en minimaal €700 netto per maand gaan verdienen. Als inwoners vervolgens meer gaan werken en de uitkering stopt volledig dan ontvangen ze nogmaals €300 euro.
Het doel van de uitstroompremie is tweeledig: enerzijds moet het ondersteuning bieden om de overgang van bijstand naar werk soepel(er) te laten verlopen, anderzijds dient het als stimulering om aan het werk te gaan. De directie Werk en Participatie van de gemeente Groningen heeft Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS) gevraagd om te onderzoeken of de uitstroompremie bijdraagt aan het zetten van stappen richting werk. Daarnaast wil zij graag weten of de premie inwoners helpt tijdens de overgang van bijstand naar werk. En zo ja, op welke manier. Op basis van deze inzichten wil de directie Werk en Participatie een advies schrijven over de continuering van de regeling.
1.2 Werkwijze
Om inzicht te krijgen in de ervaringen rondom de uitstroompremie en de overgang naar werk, is gekozen voor een combinatie van kwantitatief en kwalitatief onderzoek. In het kwantitatieve deel van het onderzoek is er een vragenlijst afgenomen bij inwoners die de uitstroompremie hebben ontvangen. Dit zijn inwoners die langer dan drie jaar aaneengesloten een bijstandsuitkering ontvingen en daarna werk hebben gevonden. Gelijktijdig met dit onderzoek liep een evaluatie van de financiële uitstroomcoaches, ook uitgevoerd in opdracht van de directie Werk en Participatie. Omdat er deels overlap is tussen de doelgroepen, is ervoor gekozen de vragenlijsten te combineren. Het gedeelte van de vragenlijst dat betrekking had op de overgang naar werk en de uitstroompremie bestond uit vijf vragen.
Om dieper inzicht te krijgen in de persoonlijke ervaringen rondom de uitstroompremie, zijn de respondenten van de vragenlijst gevraagd of zij bereid waren om met ons in gesprek te gaan. In dit kwalitatieve deel van het onderzoek zijn semi-gestructureerde interviews afgenomen door onderzoekers van OIS. Semi-gestructureerde interviews zijn een veelgebruikte methode waarbij de interviewer een set van vooraf bepaalde vragen heeft, maar waarbij ook ruimte is om dieper in te gaan op specifieke onderwerpen die tijdens het gesprek opkomen. De interviewvragen zijn samen met de opdrachtgever opgesteld. De gesprekken met de inwoners duurden ongeveer een half uur tot een uur.
Bij kwalitatief onderzoek streven we naar informatieverzadiging: op den duur komen tijdens de gesprekken enkel nog eerder gehoorde ervaringen en invalshoeken naar voren. Meestal zijn daarvoor zes tot twaalf interviews nodig1. Na het afnemen van de negen interviews konden we spreken van informatieverzadiging. De gesprekken werden opgenomen en later getranscribeerd. Vervolgens zijn de tekstbestanden geanalyseerd door middel van coderen. Dit houdt in dat stukken tekst die over hetzelfde onderwerp gaan, hetzelfde label krijgen, zodat we op een gestructureerde manier inzicht kregen in de besproken thema’s.
1 Guest, G., Bunce, A., & Johnson, L. (2006). How Many Interviews Are Enough?: An Experiment with Data Saturation and Variability. Field Methods, 18(1), 59–82.
1.3 Respondenten
In totaal zijn 379 inwoners uitgenodigd voor het kwantitatieve deel van het onderzoek. Van hen hebben 113 inwoners de vragenlijst (deels) ingevuld. Dit komt neer op een respons van 30%.
Onderzoekers van OIS hebben in totaal negen semi-gestructureerde interviews afgenomen met inwoners die de uitstroompremie hebben ontvangen. Initieel werden er 10 gesprekken gepland, maar een deelnemer wilde bij nader inzien niet meedoen. We spraken 4 vrouwen en 5 mannen in de leeftijd van achter in de twintig tot begin 60. Zij hadden op het moment van het interview enkele maanden tot twee jaar een baan.