Spring naar inhoud

Toegankelijkheidsopties:

Bedrijfsdemografische kerncijfers

Bedrijfsdemografische kerncijfers (titel verborgen)

2.1 Kerncijfers vestigingen en werkgelegenheid

Figuur 2.1.1 Ontwikkeling aantal vestigingen naar voormalige gemeente

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Groningen Haren Ten Boer Totaal
2015 16.169 1.692 586 18.447
2016 16.632 1.689 569 18.890
2017 17.342 1.735 578 19.655
2018 18.109 1.845 563 20.517
2019 18.980 1.787 574 21.341
2020 19.876 1.864 606 22.346
2021 21.131 1.934 623 23.688
2022 22.205 2.065 654 24.924
2023 23.325 2.183 692 26.200
2024 23.917 2.233 679 26.829
2025 24.179 2.261 693 27.133

Het aantal vestigingen in de gemeente Groningen neemt toe met 304 naar 27.133. Dit is een toename van 1,1 procent. De toename van vestigingen komt hoofdzakelijk door een toename van vestigingen met één werkzame persoon. Vergeleken met voorgaande jaren vlakt de groei van vestigingen binnen de gemeente iets af. Deze trend zien we ook terug in de landelijke cijfers.1,2

Figuur 2.1.2 Ontwikkeling aantal banen voor de nieuwe gemeente Groningen

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Vast Totaal
2015 136.310 142.570
2016 138.380 144.170
2017 143.300 149.190
2018 147.290 154.520
2019 151.190 157.720
2020 151.390 157.450
2021 156.030 162.700
2022 163.660 170.690
2023 169.030 175.930
2024 170.850 177.140
2025 173.910 180.980

Zoals te zien is in figuur 2.1.2 neemt het aantal banen de afgelopen jaren toe. Voor 2025 neemt het aantal vaste banen neemt toe met 3.070 naar 173.190, een toename van 1,8 procent. In deze periode neemt het aantal ingeleende uitzendkrachten ook toe met 770 naar 7.070, een toename van 12,3 procent. Het totale aantal banen neemt toe met 3.840 (2,2 %) naar 180.980. Binnen de gemeente Groningen groeit het aantal banen sneller dan de landelijk.3

Figuur 2.1.3 Ontwikkeling aantal vaste banen naar geslacht

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Jaar BanenVastMan BanenTotaalMan BanenVastVrouw BanenTotaalVrouw
2015 69.420 72.930 66.890 69.640
2016 70.620 74.010 67.770 70.150
2017 72.570 76.070 70.730 73.120
2018 74.290 78.520 73.000 76.000
2019 76.230 80.120 74.960 77.610
2020 75.980 79.520 75.410 77.930
2021 77.250 80.870 78.780 81.820
2022 80.670 84.560 82.990 86.140
2023 83.610 87.590 85.430 88.340
2024 84.460 87.970 86.380 89.170
2025 86.120 90.410 87.790 90.570

Zoals te zien is in figuur 2.1.3 neemt de werkgelegenheid van mannen en vrouwen toe in de gemeente gedurende de afgelopen jaren. Sinds 2021 worden er meer banen ingevuld door vrouwen dan door mannen. De laatste jaren blijft het verschil in het aantal vaste banen tussen mannen en vrouwen constant. Zowel in de gemeente Groningen als landelijk zien we dat vrouwen vaker in deeltijd werken.4 De laatste jaren groeit het absolute aantal vaste deeltijdbanen licht voor zowel mannen als vrouwen naar in totaal circa 29.500 in 2025.

2.2 Kerncijfers naar branche

Vestigingen met een SBI-code vallen onder een branche, ook wel een bedrijfstak genoemd. Zo worden de circa 900 SBI-codes gegroepeerd in acht categorieën. Dit maakt het makkelijker om de jaren te vergelijken. In bijlage I vindt u de aantallen naar sectie, dit zijn de letters van de SBI-code.

Tabel 2.2.1 Ontwikkeling aantal vestigingen naar branche

Branche 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 Abs. Proc.
Landbouw / Visserij (A,B) 205 197 201 197 183 192 197 209 206 212 211 -1 -0,5
Industrie / Nutsbedrijven (C,D,E) 572 582 602 624 637 642 663 682 688 689 689 0 0,0
Bouwnijverheid (F) 965 1.023 1.045 1.068 1.105 1.178 1.295 1.478 1.640 1.752 1.831 79 4,5
Handel / Horeca (G,I) 3.701 3.716 3.714 3.767 3.935 4.111 4.489 4.620 4.706 4.983 4.989 6 0,1
Onderwijs (P) 1.030 1.057 1.236 1.401 1.569 1.731 1.893 1.986 2.094 2.118 2.146 28 1,3
Gezondheidszorg (Q) 2.050 2.117 2.202 2.311 2.345 2.380 2.495 2.640 2.831 2.838 2.814 -24 -0,8
Commerciële dienstverlening (H,J,K,L,M,N,S95,S96) 8.005 8.203 8.551 8.903 9.277 9.742 10.149 10.618 11.235 11.462 11.646 184 1,6
Niet-commerciële dienstverlening (O,R,S94,T,U) 1.919 1.995 2.104 2.246 2.290 2.370 2.507 2.691 2.800 2.775 2.807 32 1,2
Totaal 18.447 18.890 19.655 20.517 21.341 22.346 23.688 24.924 26.200 26.829 27.133 304 1,1

Zoals te zien is in tabel 2.2.1 groeit het aantal vestigingen in bijna alle branches. De grootste procentuele groei zien we in de bouwnijverheid, absoluut zien we per saldo de meeste nieuwe vestigingen in de ‘Commerciële dienstverlening’. We zien in de loop der jaren vooral groei van het aantal eenpersoons vestigingen. Zo is de verdubbeling van het aantal vestigingen in de bouwnijverheid bijna volledig toe te schrijven aan de stijging van het aandeel eenpersoons vestigingen. Deze ontwikkeling zien we ook in de landelijke cijfers.

Tabel 2.2.2 Ontwikkeling aantal banen naar branche

Branche 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 Abs. Proc.
Landbouw / Visserij (A,B) 430 420 390 410 360 370 370 380 380 380 390 10 3,2
Industrie / Nutsbedrijven (C,D,E) 8.220 8.120 8.120 8.320 8.040 7.970 7.960 8.160 8.310 8.070 10.410 2.340 28,9
Bouwnijverheid (F) 4.600 4.700 4.880 5.070 5.150 5.140 5.110 5.790 5.870 5.860 6.040 170 2,9
Handel / Horeca (G,I) 24.840 25.390 27.060 28.470 29.430 29.040 29.160 31.610 32.780 32.790 32.740 -50 -0,2
Onderwijs (P) 15.570 15.850 16.200 16.600 17.390 17.610 18.490 19.370 19.960 20.510 20.220 -290 -1,4
Gezondheidszorg (Q) 32.270 31.690 33.420 34.790 35.430 36.150 37.930 38.220 38.870 40.410 40.530 120 0,3
Commerciële dienstverlening (H,J,K,L,M,N,S95,S96) 40.100 40.810 41.610 43.650 44.550 42.650 44.230 46.460 48.210 47.100 48.070 970 2,1
Niet-commerciële dienstverlening (O,R,S94,T,U) 16.540 17.200 17.510 17.220 17.380 18.520 19.460 20.720 21.550 22.020 22.590 570 2,6
Totaal 142.570 144.170 149.190 154.520 157.720 157.450 162.700 170.690 175.930 177.140 180.980 3.840 2,2

De groei bij één grote werkgever in de gemeente is verantwoordelijk voor de groei in de ‘Industrie / Nutsbedrijven’. De daling van het aantal banen in de ‘Handel / Horeca’ komt door een afname in de Handel, het aantal banen in de horeca stijgt licht. In de ICT groeit het aantal banen licht, maar is nog niet op het niveau van 2020. Enkele grote werkgevers zijn de laatste jaren verhuisd naar buiten de gemeente. Er valt op te merken dat veel ICT-bedrijven hun personeel detacheren bij de klant, deze gedetacheerden tellen we bij de uitlenende vestiging.

2.3 Kerncijfers naar grootteklasse

De indeling van de grootteklasse van de vestigingen wordt bepaald aan de hand van het aantal vaste banen bij een vestiging ongeacht de arbeidsduur. Binnen de klasse ‘geen vast personeel’ gaat het onder andere om vestigingen die tijdelijk niet actief zijn en vestigingen waarvan het personeel geteld is bij de hoofdvestiging. Vestigingen met uitsluitend ingeleende uitzendkrachten vallen hier ook onder.

Het aantal vestigingen in een grootteklasse is niet alleen het saldo van bedrijfsoprichtingen en opheffingen. Veranderingen in het aantal werknemers kan een verandering in grootteklasse tot gevolg hebben.

Figuur 2.3.1 Ontwikkeling aantal vestigingen naar grootteklasse

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Grootteklasse geen vast personeel 1 persoon 2-9 personen 10-49 personen 50-249 personen 250 en meer personen
2015 126 11.922 4.661 1.361 321 56
2016 109 12.432 4.590 1.367 331 61
2017 130 13.305 4.406 1.403 341 70
2018 100 14.143 4.385 1.461 355 73
2019 98 14.952 4.337 1.523 360 71
2020 125 15.938 4.361 1.491 358 73
2021 143 17.133 4.513 1.462 363 74
2022 98 18.418 4.347 1.598 386 77
2023 102 19.631 4.374 1.618 394 81
2024 94 20.273 4.351 1.622 405 84
2025 84 20.585 4.348 1.619 413 84

In figuur 2.3.1 ziet u de ontwikkeling van het aantal vestgingen van de afgelopen 10 jaar. Zoals te zien is in de grafiek is de stijging van het aantal ‘1 persoon’-vestigingen de voornaamst reden voor de toename van het totaal aantal vestigingen in de gemeente. Deze ontwikkeling zien we ook terug in de landelijke cijfers.9 Vestigingen met 2 of meer medewerkers zijn de afgelopen 10 jaar gegroeid van 6.399 naar 6.464. Een toename van 65 vestigingen.

De groei van het aantal vestigingen (+304) in de periode 2024-2025 komt bijna volledig door een stijging van het aantal ‘1 persoon’-vestigingen (+312).

Figuur 2.3.2 Ontwikkeling aantal banen naar grootteklasse

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Grootteklasse geen vast personeel 1 persoon 2-9 personen 10-49 personen 50-249 personen 250 en meer personen
2015 100 12.060 18.035 28.675 36.490 47.205
2016 115 12.595 18.160 28.415 37.670 47.210
2017 10 13.425 17.730 29.535 37.120 51.370
2018 5 14.250 17.530 30.685 38.590 53.465
2019 0 15.020 17.080 32.175 39.285 54.160
2020 20 15.970 16.990 31.725 38.395 54.350
2021 0 17.160 17.155 31.360 38.635 58.385
2022 0 18.455 16.925 33.855 40.950 60.505
2023 15 19.690 17.105 34.560 42.450 62.120
2024 25 20.345 16.615 34.350 42.690 63.110
2025 10 20.715 16.740 34.960 43.380 65.175

In figuur 2.3.2 ziet u de ontwikkeling van het aantal banen uitgesplitst naar grootteklasse. In de periode 2024-2025 neemt het aantal banen in het MKB (2-249 werkzame personen) toe van 93.655 banen in 2024 naar 95.080 banen in 2025. Een toename van bijna 1,5 procent (1.425 banen).

In alle categorieën neemt het aantal banen toe in de periode 2024-2025. De grootste stijging van het aantal banen, zowel absoluut als procentueel, zien we in de grootteklasse ‘250 en meer personen’, namelijk 3,3 procent groei naar 65.175 banen. In de categorie ‘1 persoon’ neemt het aantal banen toe met 370 banen (1,8 procent).

2.4 Werklocaties

Alle gebouwen in de gemeente vallen onder een bepaalde werklocatie indeling. In bijlage II vindt u een overzicht van de werklocaties. Onder het gebied ‘Overige gebied’ vallen alle ‘niet werklocaties’, zoals woonwijken.

Sinds 1 januari 2022 kan een eenpersoonsvestiging het bezoekadres afschermen bij de Kamer van Koophandel. Als gevolg daarvan kan een vestiging gevestigd zijn op een postbus, of op een adres buiten de gemeente in het Vestigingenregister. Onder ‘Overig gebied’ vallen ook vestigingen die op een postbus gevestigd zijn in de gemeente Groningen.

Tabel 2.4.1 Aantal vestigingen per werklocatie

  2020 2021 2022 2023 2024 2025 Abs. Proc.
Bedrijventerreinen 1.981 2.067 2.193 2.251 2.300 2.315 15 0,7
Kantoorlocaties 712 759 790 837 826 869 43 5,2
Binnenstad 3.919 4.153 4.246 4.399 4.473 4.511 38 0,8
Kennisgebieden 144 143 155 158 153 163 10 6,5
Gemengd gebied 272 352 358 360 397 409 12 3,0
Overig gebied 15.318 16.214 17.182 18.195 18.680 18.866 186 1,0
Totaal 22.346 23.688 24.924 26.200 26.829 27.133 304 1,1

Tabel 2.4.2 Aantal banen per werklocatie

  2020 2021 2022 2023 2024 2025 Abs. Proc.
Bedrijventerreinen 27.075 28.125 29.935 31.215 30.905 31.140 235 0,8
Kantoorlocaties 33.950 33.645 35.925 37.835 37.725 40.780 3.050 8,1
Binnenstad 24.545 25.715 26.965 27.480 27.875 27.790 -85 -0,3
Kennisgebieden 19.855 21.515 22.240 22.035 22.285 21.305 -980 -4,4
Gemengd gebied 2.000 2.115 1.810 1.780 1.870 2.070 195 10,5
Overig gebied 50.030 51.585 53.820 55.585 56.480 57.895 1.420 2,5
Totaal 157.450 162.695 170.695 175.930 177.140 180.980 3.840 2,2

De verhuizing van een grote werkgever van een kennisgebieden naar een kantoorlocaties verklaart een deel van de ontwikkeling van het aantal banen van 2024 naar 2025. Groei van werkgelegenheid bij bestaande vestigingen zorgt voor een groei in het ‘Overig gebied’.

2.5 Vacatures en toekomstverwachting

In het werkgelegenheidsonderzoek vragen we de vestigingen naar het aantal openstaande vacatures op 1 april 2025. De respons op deze vraag is dit jaar 20 procent, dit is minder dan de voorgaande jaren. Aan de hand van de respons is de vacaturegraad (het aantal openstaande vacatures per 1.000 banen) berekend.

Tabel 2.5.1 Vacaturegraad

  2021 2022 2023 2024 2025 Aantal vacatures 2025
Inclusief uitzendbranche 37 54 47 34 47 3.827
Exclusief uitzendbranche 33 47 40 32 36 2.888

De vacaturegraad neemt toe in het afgelopen jaar naar 47. Hiermee zitten we na een daling in 2024 weer iets boven het landelijke gemiddelde van 42 vacatures per 1.000 banen. De hoogste vacaturegraad zien we in de secties ‘N; Verhuur van roerende goederen en overige zakelijke dienstverlening’ en ‘F; Bouwnijverheid’, hiermee volgen we de landelijke trend5. De vacaturegraad binnen de gemeente Groningen laat wel schommelingen zien, landelijk blijft de vacaturegraad rond de 44 voor de afgelopen jaren.

Tabel 2.5.2 Toekomstverwachting eigen personeel

  2021 2022 2023 2024 2025
Afname (%) 2,4 2,6 2,6 2,5 3,2
Toename (%) 17,5 21,0 14,8 14,5 22,9

De respons op de vraag naar de toekomstverwachting van de grootte van het personeelsbestand is 25 procent, dit is vergelijkbaar met voorgaande jaren.

Er zijn meer vestigingen die aangeven een toename van het eigen personeel te verwachten, hiermee lijken we een uitzondering op de landelijke verachting van het UWV. Deze verwacht tot 2027 nauwelijks een groei van het aantal banen.6