Spring naar inhoud

Toegankelijkheidsopties:

Kinderen in armoede

4.1 Ontwikkeling kinderen in armoede

In Nederland woont 2,8% van het aantal minderjarige kinderen in een huishouden dat te maken heeft met armoede (figuur 21). In de gemeente Groningen is dit 3,5%. In aantallen gaat het in Groningen om 1.200 kinderen. In 34 gemeenten ligt het aandeel kinderen in armoede hoger dan in de gemeente Groningen. De gemeente Vaals heeft met 7,2% het hoogste aandeel, gevolgd door Rotterdam (5,9%).

Tussen 2018 en 2024 is het aandeel kinderen in armoede in de gemeente Groningen sterk gedaald; van 11,7% naar 3,5% (van 4.000 naar 1.200 kinderen). Hiermee daalde het aandeel in Groningen sterker dan landelijk. Het verschil tussen Groningen en Nederland was in 2018 daardoor groter dan in 2024. Deze cijfers gaan over de 100%-armoedegrens (zie kader).

In dit hoofdstuk worden de 100%-armoedegrens en 110% van het sociaal minimum steeds gezamenlijk gepresenteerd. Hierbij is het belangrijk om te benadrukken dat deze benaderingen niet hetzelfde meten en gebaseerd zijn op verschillende definities en doelpopulaties (zie hoofdstuk 2). Ze zijn daardoor niet één-op-één vergelijkbaar. De cijfers geven vooral een beeld van verschillende uitkomsten wanneer uitgegaan wordt van een laag inkomen (het sociaal minimum) of van voldoende bestedingsruimte (de armoedegrens). Cijfers over minderjarige kinderen in huishoudens tot de 110%-armoedegrens zijn helaas niet openbaar beschikbaar en ontbreken daarom in dit hoofdstuk.

Figuur 21: Percentage minderjarige kinderen in de gemeente Groningen en Nederland in een huishouden tot de 100%-armoedegrens, 2018-2024

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Groningen Nederland
2018 11,7 8,7
2019 10,2 7,5
2020 7,9 6,2
2021 7,8 5,6
2022 5,2 4,1
2023 3,5 2,8
2024* 3,5 2,8

Figuur 22: Percentage minderjarige kinderen in de gemeente Groningen en Nederland in een huishouden met inkomen tot 110% van het sociaal minimum, 2018-2024*

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Groningen Nederland
2018 13 8,2
2019 12,7 7,9
2020 12,3 7,9
2021 11,4 7,4
2022 10,4 6,9
2023 10,3 7
2024* 11 7,1

Bij het sociaal minimum is het beeld anders. In de gemeente Groningen woont 11% van de minderjarige kinderen in een huishouden met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum (figuur 22). Gemiddeld is dit in Nederland 7,1%. In aantallen gaat het in Groningen om 3.600 kinderen, ten opzichte van 4.300 kinderen in 2018. Het aandeel kinderen in een huishouden met laag inkomen daalde daarmee minder sterk dan bij de armoedegrens. Opvallend is de toename bij het sociaal minimum in 2024. In aantallen gaat het om een toename van 200 kinderen. Dit zien we niet bij de armoedegrens. Ten slotte is het verschil in het percentage kinderen tussen de gemeente Groningen en het landelijk gemiddelde bij het sociaal minimum een stuk groter dan bij de armoedegrens.

Dit betekent dat het sociaal minimum laat zien dat er relatief veel kinderen in een huishouden met een laag inkomen wonen. Tegelijkertijd wordt onder de armoedegrens duidelijk dat veel van deze gezinnen toeslagen krijgen, bijvoorbeeld kindgebonden budget en huurtoeslag, of voldoende financiële buffer hebben. Hierdoor blijft er na het betalen van de vaste lasten aan wonen, energie en zorg voldoende geld over om van rond te komen. Daardoor is het aantal kinderen tot de armoedegrens een stuk lager.

Kinderen in langdurige armoede

Van de 1.200 kinderen die in een huishouden tot de 100%-armoedegrens wonen, hebben 300 kinderen te maken met langdurige armoede (minimaal drie opeenvolgende jaren). In 2020 was het aantal nog 1.500. Dit is een forse afname. Het zou kunnen dat door koopkracht-, huur- en energiemaatregelen relatief veel gezinnen in Groningen in een jaar (net) boven de armoedegrens uitkwamen. Daarmee wordt de reeks van drie opeenvolgende jaren doorbroken en behoren zij niet meer tot de langdurig armen. We beperken ons hier wederom tot de armoedegrens, aangezien het sociaal minimum andere criteria hanteert rondom langdurig laag inkomen. Relatief gezien daalde het aandeel kinderen in een huishouden met langdurige armoede tussen 2020 en 2024 van 4,5% naar 0,8%. Landelijk ging het om een daling van 3,2% naar 0,7%. In Groningen daalde het aandeel kinderen dat opgroeit in een huishouden dat langdurig onder de armoedegrens leeft dus sneller.

Van de 3.600 kinderen die in een huishouden met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum wonen, hebben 1.900 kinderen te maken met een langdurig laag inkomen (minimaal vier opeenvolgende jaren). In 2020 was dit 2.400. In percentages gaat het om een daling van 7,7% naar 6,3%. Daarmee ligt het aandeel in de gemeente Groningen hoger dan landelijk, waar het aandeel minderjarige kinderen in een huishouden tot 110% van het sociaal minimum daalde van 4% in 2020 naar 3,4% in 2024.

4.2 Type huishouden

Wanneer we kijken naar de ontwikkeling van het aandeel kinderen in armoede naar type huishouden, dan valt vooral de afname bij eenoudergezinnen op vanaf 2018 (figuur 23). Ook in paragraaf 3.3 zagen we al dat het aandeel en aantal eenoudergezinnen in armoede sterk is gedaald. In aantallen gaat het tussen 2018 en 2023 om een daling van 1.500 kinderen in eenoudergezinnen; van 2.000 naar 500. In 2024 nam dit aantal weer licht toe met 100 kinderen. Ook onder 110% van het sociaal minimum daalde het aandeel kinderen in eenoudergezinnen; van 2.900 in 2018 naar 2.200 in 2023. Ook hier is een stijging van 100 kinderen te zien in 2024.

Figuur 23: Ontwikkeling percentage minderjarige kinderen tot 100% van de armoedegrens en 110% van het sociaal minimum, naar type huishouden, gemeente Groningen, 2018-2024*

100% van de armoedegrens

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Eenoudergezin Paar, met kind(eren) Meerpersoonshuishouden, overig
2018 26,4 7,2 17,2
2019 22,1 6,6 14
2020 16,8 5,2 9,6
2021 17,1 4,9 9,4
2022 9,9 3,8 6,4
2023 6,8 2,4 5,8
2024* 7,3 2,2 9,9

110% van het sociaal minimum

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Eenoudergezin Paar, met kind(eren) Meerpersoonshuishouden, overig
2018 40 5,2 19,5
2019 38,6 5,2 16
2020 38,4 4,7 13,9
2021 35,2 4,5 10,5
2022 32 4,3 8
2023 30,7 4,5 8,4
2024* 32,2 4,9 13,4

De procentuele ontwikkeling van het aandeel kinderen in paren is onder de 100%-armoedegrens en 110% van het sociaal minimum redelijk vergelijkbaar. In aantallen lopen de twee benaderingen echter uiteen: onder de 100%-armoedegrens daalde het aantal kinderen tussen 2018 en 2024 van 1.900 naar 600, terwijl het bij 110% van het sociaal minimum om een daling van 1.300 naar 1.200 gaat.

Figuur 24: Totale groep minderjarige kinderen tot 100% van de armoedegrens en 110% van het sociaal minimum, naar type huishouden, gemeente Groningen, 2018-2024*

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Eenoudergezin Paar, met kind(eren) Meerpersoonshuishouden, overig
100% armoedegrens (N=1.200) 46% 46% 8%
110% soc. min. (N=3.600) 66% 34% 0%
totaal kinderen (N=33.600) 23% 75% 2%

Figuur 24 laat zien dat de groep kinderen in een huishouden tot 100% van de armoedegrens voor 46% bestaat uit eenoudergezinnen en eveneens voor 46% uit kinderen die in een gezin met twee volwassenen wonen. Bij 110% van het sociaal minimum is het aandeel kinderen in eenoudergezinnen groter, namelijk 66%. Een derde woont in een gezin met twee volwassenen. De verschillen laten zien dat eenoudergezinnen bij het sociaal minimum vaker in beeld komen als groep met een laag inkomen. De armoedegrens maakt duidelijk dat ook paren met kinderen relatief vaak deel uitmaken van financieel kwetsbare huishoudens.

De samenstelling van de groep kinderen in een huishouden tot de 100%-armoedegrens in de gemeente Groningen wijkt iets af van het landelijke beeld. De groep bestaat in de gemeente vaker uit kinderen in eenoudergezinnen (41% landelijk) en minder vaak uit kinderen in gezinnen met twee volwassenen (53% landelijk). Dit beeld is hetzelfde bij het sociaal minimum. Landelijk woont 57% van de kinderen in een huishouden met inkomen tot 110% van het sociaal minimum in een eenoudergezin en 41% in een gezin met twee volwassenen.

Figuur 25: Ontwikkeling percentage minderjarige kinderen in de gemeente Groningen in langdurige armoede (minimaal 3 opeenvolgende jaren) tot 100% van de armoedegrens, naar type huishouden, 2018-2024*

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Totaal 100%-armoedegrens Type huishouden: Eenoudergezin Type huishouden: Paar, met kind(eren)
2020 4,5 8,3 3,4
2021 3,8 6,7 2,9
2022 2,3 3,4 2
2023 1,2 1,9 1
2024* 0,8 1,6 0,6

Figuur 26: Ontwikkeling percentage minderjarige kinderen in de gemeente Groningen in huishoudens met minimaal 4 opeenvolgende jaren een inkomen tot 110% van het sociaal minimum, naar type huishouden, 2018-2024*

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Totaal 110% soc. min. Type huishouden: Eenoudergezin Type huishouden: Paar, met kind(eren)
2018 7,8 26,7 2,6
2019 7,8 26,8 2,6
2020 7,7 25,8 2,8
2021 7,3 24,2 2,6
2022 6,6 22,4 2,3
2023 6,3 21,6 2,3
2024* 6,3 21,7 2,2

Figuur 25 toont dat ook langdurige armoede relatief gezien het meest voorkomt bij kinderen in eenoudergezinnen, alhoewel het percentage tussen 2020 en 2024 behoorlijk is afgenomen (van 8,3% naar 1,6%; in aantallen van 600 naar 100). Landelijk gaat het om een daling van 6,6% naar 1,6%. Bij gezinnen met twee volwassenen gaat het in Groningen tussen 2020 en 2024 om een absolute daling van 900 naar 100 kinderen. Bij figuur 26 wordt duidelijk dat een langdurig laag inkomen veel sterker voorkomt bij kinderen in eenoudergezinnen.