Spring naar inhoud

Toegankelijkheidsopties:

Samenvatting

Samenvatting (titel verborgen)

De Armoedemonitor 2026 beschrijft de omvang en ontwikkeling van inwoners van de gemeente Groningen die een laag inkomen en weinig bestedingsruimte hebben. Eerdere edities van de armoedemonitor waren gebaseerd op cijfers over het sociaal minimum. Deze cijfers, afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), brachten in beeld hoeveel huishoudens een laag inkomen hadden. Een nieuw onderdeel van deze armoedemonitor is de nieuwe armoedegrens, een meetmethode die in 2024 is ontwikkeld door het CBS, SCP en Nibud. Bij deze nieuwe methode gaat het niet (alleen) om het hebben van een laag inkomen, maar om de vraag of huishoudens genoeg bestedingsruimte overhouden. Daarbij kijkt het CBS niet alleen naar de hoogte van het inkomen, maar ook naar de werkelijke individuele kosten voor wonen en energie. Ook wordt nagegaan of huishoudens een financiële buffer hebben.

In deze armoedemonitor komen zowel het sociaal minimum als de armoedegrens aan bod. De armoedegrens en het sociaal minimum zijn niet één-op-één vergelijkbaar, omdat zij niet hetzelfde meten en gebaseerd zijn op verschillende definities en doelpopulaties (zie hoofdstuk 2).

Kortgezegd geeft het sociaal minimum aan of een huishouden een laag inkomen heeft: het inkomen ligt onder het sociaal minimum. De armoedegrens kijkt breder en gaat na of een huishouden na het betalen van vaste lasten aan wonen, energie en zorg genoeg geld overhoudt voor overige basisbehoeften en of er spaargeld achter de hand is.

Daling personen in armoede en laag inkomen

In 2024 valt in de gemeente Groningen 5,8% van de doelpopulatiea onder de armoedegrens, in Nederland is dit 3,1%. In 2018 was dit in Groningen nog 10,1%. Absoluut gezien daalde het aantal inwoners onder de armoedegrens in Groningen van 24.700 naar 13.400. Bij de 110%-armoedegrens gaat het om een daling van 34.700 naar 22.200 personen.

Bij het sociaal minimum geldt dat in Groningen 11% van de doelpopulatieb een inkomen tot 110% heeft, tegenover 6,6% in Nederland. In 2018 was dit in de gemeente Groningen 12,7%. Absoluut daalde het aantal inwoners met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum van 24.100 naar 22.200.

De gemeente Groningen neemt zowel bij de armoedegrens als het sociaal minimum de vijfde plaats in op de gemeentelijke ranglijst.

aDoelpopulatie armoedegrens: particuliere huishoudens, inclusief onvolledig jaarinkomen en studentenhuishoudens.
bDoelpopulatie sociaal minimum: particuliere huishoudens, exclusief onvolledig jaarinkomen en studentenhuishoudens.

Langdurige armoede en laag inkomen

Het CBS spreekt van langdurige armoede wanneer iemand minstens drie opeenvolgende jaren in armoede leeft. Het percentage inwoners dat te maken heeft met langdurige armoede (100% armoedegrens) daalde van 3,7% in 2020 naar 1,2% in 2024. In aantallen gaat het om een flinke daling van 8.100 naar 2.700. Landelijk gaat het in 2024 om 0,7%.

Bij een langdurig laag inkomen ten opzichte van het sociaal minimum gaat het CBS uit van vier opeenvolgende jaren een laag inkomen. In de gemeente Groningen daalde dit aandeel van 7,5% in 2018 naar 6,7% in 2024; in aantallen van 12.800 naar 12.000 inwoners. Dit ligt hoger dan het landelijk gemiddelde (3,6%).

Aantal kinderen in armoede neemt af

In de gemeente Groningen daalde tussen 2018 en 2024 het aandeel minderjarige kinderen in een huishouden onder de armoedegrens van 11,7% naar 3,5%; in aantallen van 4.000 naar 1.200 kinderen. Hiermee daalde het aandeel in Groningen sterker dan landelijk (van 7,5% naar 2,8%). Van de 1.200 kinderen onder de armoedegrens, hebben 300 kinderen (0,8%) te maken met langdurige armoede (minimaal drie opeenvolgende jaren). Dit is vergelijkbaar met landelijke cijfers (0,7%). In 2020 was het aantal in de gemeente Groningen nog 1.500 (4,5%).

Bij het sociaal minimum is het beeld anders. In de gemeente Groningen daalde het aandeel minderjarige kinderen in een huishouden met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum van 13% naar 11%; in aantallen van 4.800 naar 3.600. Van deze groep hebben 1.900 kinderen (6,3%) te maken met een langdurig laag inkomen (minimaal vier opeenvolgende jaren). Ook dit is hoger dan het landelijke aandeel (3,4%). In 2020 was het aantal in Groningen nog 2.400 kinderen (7,7%).

Wie komt in beeld bij welke grens?

Door de verschillen in benadering brengt de armoedegrens en het sociaal minimum in de gemeente Groningen deels andere groepen in beeld. Onder de armoedegrenzen zijn werkenden, inwoners met een jonge hoofdkostwinner en huurders zonder huurtoeslag zichtbaarder. Gaat het om het hebben van een laag inkomen (sociaal minimum), dan vallen juist relatief vaker ouderen/gepensioneerden, gezinnen met kinderen, huurders met huurtoeslag en personen met een sociale uitkering binnen deze groep. Wat beide benaderingen gemeen hebben, is dat eenpersoonshuishoudens een groot deel van de groep (bijna 60%) vormen.