Dissimilariteit naar huishoudinkomen
Dissimilariteit naar huishoudinkomen (titel verborgen)
In dit hoofdstuk kijken we naar dissimilariteit op basis van het gestandaardiseerd huishoudinkomen7 in het basis- en voortgezet onderwijs. Daarnaast brengen we in kaart of de gemiddelde dissimilariteitsscore op basis van het huishoudinkomen verschilt tussen bijzondere en openbare basisscholen.
Dissimilariteit
De dissimilariteitsscore geeft aan in hoeverre leerlingen met bepaalde kenmerken, in dit geval het huishoudinkomen, ongelijk over scholen zijn verdeeld. Hoe hoger de score, hoe minder gemengd de scholen zijn en hoe sterker de segregatie.
De score is geen percentage. De score moet vooral worden gebruikt om te kijken of segregatie binnen hetzelfde kenmerk in de loop van de tijd toe- of afneemt. Daarnaast zijn de scores voor opleidingsniveau, huishoudinkomen en migratieachtergrond niet rechtstreeks met elkaar te vergelijken. Een hogere score voor huishoudinkomen betekent daarom niet automatisch dat de segregatie naar opleidingsniveau groter is dan de segregatie naar opleidingsniveau of migratieachtergrond. In dit rapport gebruiken we de scores daarom vooral om ontwikkelingen binnen hetzelfde kenmerk door de tijd heen te volgen.
7 In dit onderzoek kijken we naar het gestandaardiseerd huishoudinkomen. Het besteedbaar inkomen is het bruto-inkomen minus verschillende premies, belastingen en inkomensoverdrachten. Wat er overblijft na deze aftrekkingen, is het inkomen dat vrij besteed kan worden in het huishouden. Dit inkomen wordt aangepast voor verschillen in de grootte en samenstelling van het huishouden. Zo worden alle inkomens herleid tot het inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze manier kunnen we de welvaartsniveaus van huishoudens goed vergelijken. Dit noemen we het gestandaardiseerd huishoudinkomen. De inkomensgrenzen veranderen elk jaar. Daarom hebben we gekozen voor de termen lage, midden en hoge inkomens. Meer informatie is te vinden in bijlage 1.
5.1 Basisonderwijs
De gemiddelde dissimilariteitsscore op basis van het huishoudinkomen blijft voor alle basisscholen redelijk stabiel over de jaren, met een tijdelijke stijging naar circa 46 in 2018 en 2020 en een daling in 2022 (zie figuur 9). Er is daarmee geen sprake van een duidelijke stijgende of dalende trend over de gehele periode.
Figuur 9: Gemiddelde dissimilariteitsscore naar huishoudinkomen over alle basisscholen van 2012-2024
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| jaar | score |
|---|---|
| 2012 | 44,0 |
| 2014 | 44,0 |
| 2016 | 43,1 |
| 2018 | 45,9 |
| 2020 | 45,8 |
| 2022 | 41,4 |
| 2024 | 42,2 |
N=52-57
Wanneer we kijken naar het aandeel basisscholen met een hoge dissimilariteitsscore op basis van huishoudinkomen, zien we eveneens geen eenduidige trend (zie tabel 6). Het aandeel ligt in 2012 op 32% en blijft in de jaren daarna schommelen. In 2024 komt het aandeel uit op 32%, vergelijkbaar met 2012. In tegenstelling tot dissimilariteit naar opleidingsniveau, waar een duidelijkere trend zichtbaar is, blijft de segregatie naar huishoudinkomen in het primair onderwijs daarmee over de tijd relatief stabiel met enige fluctuatie. Tegelijkertijd betekent het aandeel van rond de 30% wel dat een substantieel deel van de basisscholen in de gemeente Groningen een relatief eenzijdige leerlingenpopulatie heeft wat betreft inkomensachtergrond.
Tabel 6: Aandeel basisscholen met hoge dissimilariteit naar huishoudinkomen van 2012-2024
| Jaar | Aandeel PO scholen met hoge dissimilariteit |
Aantal PO scholen |
|---|---|---|
| 2012 | 32% | 57 |
| 2014 | 30% | 53 |
| 2016 | 33% | 52 |
| 2018 | 38% | 52 |
| 2020 | 40% | 52 |
| 2022 | 29% | 55 |
| 2024 | 32% | 56 |
Denominatie
Bij de dissimilariteit op basis van het huishoudinkomen zien we deels een andere ontwikkeling tussen het openbaar en bijzonder onderwijs dan bij de dissimilariteit op basis van het opleidingsniveau van ouders. Voor het openbaar onderwijs zien we dat de gemiddelde dissimilariteitsscore in de loop der jaren afneemt, wat betekent dat openbare basisscholen over tijd gemengder zijn geworden naar huishoudinkomen (zie figuur 10).
Voor het bijzonder onderwijs blijft de dissimilariteitsscore daarentegen relatief hoog en schommelt deze door de jaren heen, zonder duidelijke trend. In de meeste jaren ligt de score hoger dan in het openbaar onderwijs. Dit betekent dat segregatie naar huishoudinkomen sterker aanwezig blijft in het bijzonder onderwijs. Het verschil tussen beide onderwijssoorten is in de loop der tijd zelfs toegenomen. De dissimilariteitsscore laat echter alleen zien dat leerlingen met verschillende inkomensachtergronden ongelijk over scholen zijn verdeeld. Op basis van deze score alleen is niet vast te stellen of deze segregatie vooral wordt veroorzaakt door een concentratie van leerlingen uit huishoudens met een hoog inkomen, een laag inkomen, of beide.
Figuur 10: Gemiddelde dissimilariteitsscore naar huishoudinkomen over alle basisscholen in het bijzonder en openbaar basisonderwijs van 2012-2024
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| jaar | Bijzonder | Openbaar |
|---|---|---|
| 2012 | 45,7 | 42,4 |
| 2014 | 48,7 | 39,5 |
| 2016 | 45,8 | 40,5 |
| 2018 | 47,5 | 44,3 |
| 2020 | 52,3 | 39,3 |
| 2022 | 47,7 | 34,8 |
| 2024 | 49,8 | 34,1 |
N=52-57
5.2 Voortgezet onderwijs
De dissimilariteitsscore naar gestandaardiseerd huishoudinkomen in het voortgezet onderwijs lijkt over de tijd licht te dalen, zoals te zien is in figuur 11. Dit betekent dat leerlingen met verschillende inkomensachtergronden elkaar in het voortgezet onderwijs steeds vaker ontmoeten.
Figuur 11: Gemiddelde dissimilariteitsscore naar huishoudinkomen over alle voortgezet onderwijsscholen van 2012-2024
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| jaar | score |
|---|---|
| 2012 | 39,7 |
| 2014 | 39,1 |
| 2016 | 36,8 |
| 2018 | 38,0 |
| 2020 | 37,8 |
| 2022 | 38,2 |
| 2024 | 36,9 |
N=24-27
Wanneer we kijken naar het aandeel scholen met een hoge dissimilariteitsscore in het voortgezet onderwijs op basis van huishoudinkomen, zien we een licht fluctuerend maar overwegend stabiel beeld (zie tabel 7). Tegelijkertijd betekent het aandeel van ongeveer een kwart van de scholen dat een substantieel deel van de scholen een relatief eenzijdige leerlingenpopulatie kent naar inkomensachtergrond.
Tabel 7: Aandeel voortgezet onderwijsscholen met hoge dissimilariteit naar huishoudinkomen van 2012-2024
| jaar | Bijzonder | Openbaar |
|---|---|---|
| 2012 | 36,3 | 32,0 |
| 2014 | 40,7 | 36,8 |
| 2016 | 43,7 | 36,7 |
| 2018 | 47,7 | 38,6 |
| 2020 | 48,0 | 37,5 |
| 2022 | 50,6 | 37,2 |
| 2024 | 49,3 | 39,7 |