Dissimilariteit naar migratieachtergrond
Dissimilariteit naar migratieachtergrond (titel verborgen)
In dit hoofdstuk kijken we naar dissimilariteit op basis van de migratieachtergrond van de leerling. Hierbij houden we de CBS-indeling voor de migratieachtergrond aan: Nederlands, Europees (exclusief Nederland) en niet-Europees (zie voor meer informatie over migratieachtergrond bijlage 1). Daarnaast brengen we in kaart of de gemiddelde dissimilariteitsscore op basis van de achtergrond van de leerling verschilt tussen bijzondere en openbare basisscholen.
Dissimilariteit
De dissimilariteitsscore geeft aan in hoeverre leerlingen met bepaalde kenmerken, in dit geval migratieachtergrond, ongelijk over scholen zijn verdeeld. Hoe hoger de score, hoe minder gemengd de scholen zijn en hoe sterker de segregatie.
De score is geen percentage. De score moet vooral worden gebruikt om te kijken of segregatie binnen hetzelfde kenmerk in de loop van de tijd toe- of afneemt. Daarnaast zijn de scores voor opleidingsniveau, huishoudinkomen en migratieachtergrond niet rechtstreeks met elkaar te vergelijken. Een hogere score voor migratieachtergrond betekent daarom niet automatisch dat de segregatie naar migratieachtergrond groter is dan de segregatie naar huishoudinkomen of opleidingsniveau. In dit rapport gebruiken we de scores daarom vooral om ontwikkelingen binnen hetzelfde kenmerk door de tijd heen te volgen.
6.1 Basisonderwijs
De gemiddelde dissimilariteitsscore over alle basisscholen neemt af sinds 2012, zie figuur 12. Dit houdt in dat kinderen met verschillende migratieachtergronden steeds evenrediger over basisscholen zijn verdeeld. Deze trend zet zich door in 2024.
Figuur 12: Gemiddelde dissimilariteitsscore naar migratieachtergrond over alle basisscholen van 2012-2024
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| jaar | score |
|---|---|
| 2012 | 43,4 |
| 2014 | 42,8 |
| 2016 | 40,5 |
| 2018 | 40,8 |
| 2020 | 39,6 |
| 2022 | 38,3 |
| 2024 | 37,3 |
N=52-57
Wanneer we kijken naar het aandeel basisscholen met een hoge dissimilariteitsscore op basis van migratieachtergrond, zien we een overwegend dalende trend (zie tabel 8). Het aandeel ligt in 2012 op 12%, stijgt kort naar 15% in 2014 en 2016, en neemt daarna af tot 9% in 2022. In 2024 is sprake van een lichte stijging naar 11%.
Ondanks deze kleine schommelingen is het aandeel scholen met een hoge dissimilariteit in de meest recente jaren lager dan aan het begin van de onderzoeksperiode. Dit wijst erop dat het aantal basisscholen met een sterk gesegregeerde leerlingenpopulatie naar migratieachtergrond licht is afgenomen. Oftewel, leerlingen met verschillende migratieachtergronden zijn in toenemende mate meer gemengd over scholen verdeeld.
Tabel 8: Aandeel basisscholen met hoge dissimilariteit naar migratieachtergrond van 2012-2024
| Jaar | Aandeel PO scholen met hoge dissimilariteit |
Aantal PO scholen |
|---|---|---|
| 2012 | 12% | 57 |
| 2014 | 15% | 53 |
| 2016 | 15% | 52 |
| 2018 | 13% | 52 |
| 2020 | 10% | 52 |
| 2022 | 9% | 55 |
| 2024 | 11% | 56 |
Denominatie
Voor de dissimilariteit naar migratieachtergrond zien we eveneens duidelijke verschillen tussen openbaar en bijzonder onderwijs (zie figuur 13). In alle jaren ligt de dissimilariteitsscore in het bijzonder onderwijs hoger dan in het openbaar onderwijs.
In het openbaar onderwijs is sprake van een duidelijke dalende trend, van 41,2 in 2012 naar 32,2 in 2024. Dit betekent dat openbare basisscholen in toenemende mate gemengder zijn geworden naar migratieachtergrond. In het bijzonder onderwijs is ook een lichte daling zichtbaar, maar blijft de score op een relatief hoog niveau en schommelt deze door de jaren heen (van 45,8 in 2012 naar 42,1 in 2024). Dit betekent dat segregatie naar migratieachtergrond sterker aanwezig blijft in het bijzonder onderwijs ondanks de daling, maar ook dat het openbaar onderwijs juist duidelijk gemengder is geworden.
Figuur 13: Gemiddelde dissimilariteitsscore naar migratieachtergrond over alle basisscholen in het bijzonder en openbaar basisonderwijs van 2012-2024
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| jaar | Bijzonder | Openbaar |
|---|---|---|
| 2012 | 45,8 | 41,2 |
| 2014 | 46,8 | 38,9 |
| 2016 | 43,1 | 37,9 |
| 2018 | 45,0 | 36,7 |
| 2020 | 47,5 | 31,8 |
| 2022 | 45,1 | 31,3 |
| 2024 | 42,1 | 32,2 |
N=52-57
6.2 Voortgezet onderwijs
Ook in het voortgezet onderwijs is de gemiddelde dissimilariteitsscore over alle scholen afgenomen, zie figuur 14. Dit geeft aan dat het aandeel leerlingen met verschillende migratieachtergronden steeds meer evenredig zijn verdeeld over de scholen. In 2020 lijkt de dissimilariteitsscore gestabiliseerd, maar het niveau blijft duidelijk lager dan aan het begin van de periode. Daarmee blijft er over de jaren sprake van een vermindering van segregatie naar migratieachtergrond in het voortgezet onderwijs.
Figuur 14: Gemiddelde dissimilariteitsscore naar migratieachtergrond over alle voortgezet onderwijsscholen van 2012-2024
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| jaar | score |
|---|---|
| 2012 | 40,2 |
| 2014 | 38,9 |
| 2016 | 36,7 |
| 2018 | 33,9 |
| 2020 | 32,1 |
| 2022 | 32,2 |
| 2024 | 32,2 |
N=24-27
Vanwege het lagere aantal scholen in het voortgezet onderwijs is het niet mogelijk om de scholen in te delen in drie afzonderlijke categorieën. Daarom zijn de categorieën ‘matige’ en ‘hoge’ dissimilariteit samengevoegd (zie tabel 9).
Wanneer we kijken naar het aandeel scholen dat in deze gecombineerde categorie valt, zien we over de periode 2012–2024 een dalende trend. Het aandeel ligt in 2012 op 38% en schommelt in de daaropvolgende jaren, met een piek van 42% in 2016. Daarna zet een meer duidelijke daling in, tot 24% in 2024.
Dit betekent dat het aantal scholen met een matige tot hoge mate van segregatie naar migratieachtergrond is afgenomen, terwijl het aandeel gemengde scholen juist is toegenomen. Dit sluit aan bij de ontwikkeling in de gemiddelde dissimilariteitsscore, die eveneens een afname laat zien.
Tabel 9: Aandeel voortgezet onderwijsscholen met matige tot hoge dissimilariteit naar migratieachtergrond van 2012-2024
| Jaar | Aandeel VO scholen met matige/hoge dissimilariteit |
Aantal VO scholen |
|---|---|---|
| 2012 | 38% | 24 |
| 2014 | 37% | 27 |
| 2016 | 42% | 26 |
| 2018 | 40% | 25 |
| 2020 | 36% | 25 |
| 2022 | 32% | 25 |
| 2024 | 24% | 25 |