Spring naar inhoud

Toegankelijkheid:

Reisafstand naar de basisschool

Reisafstand naar de basisschool (titel verborgen)

In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de reisafstand van het woonhuis naar de basisschool. Hierbij gebruiken wij tevens de term ‘voorbijlopers’.

Voorbijlopers

Met voorbijlopers worden leerlingen bedoeld die niet zijn ingeschreven op één van de drie (hemelsbreed) dichtstbijzijnde basisscholen ten opzichte van hun woonadres. Met andere woorden: deze leerlingen gaan naar een basisschool die verder weg ligt dan op basis van geografische nabijheid verwacht mag worden.

Het verschijnsel voorbijlopen hangt samen met verschillende factoren, zoals voorkeuren voor bepaalde onderwijsconcepten of denominatie, en/of de sociale samenstelling van scholen. Hierdoor kan het aandeel voorbijlopers een belangrijke indicator zijn voor (keuzegedreven) segregatie in het onderwijs. Daarnaast kijken we in dit hoofdstuk naar de gemiddelde hemelsbrede afstand in meters naar de basisschool. Door naast voorbijlopers te kijken naar de reisafstand proberen we een volledig beeld neer te zetten van keuzes van ouders.

7.1 Voorbijlopers per gebiedsdeel

Wanneer we kijken naar het aandeel voorbijlopers per gebiedsdeel, zien we duidelijke verschillen tussen wijken en enige fluctuatie over de tijd (zie tabel 10). De hoogste percentages voorbijlopers vinden we in de Oude Wijken, waar het aandeel in 2018 en 2020 nog boven de 50% ligt en daarna daalt naar 41% in 2024. Dit is opvallend, aangezien er in deze wijken meerdere basisscholen zijn. Mogelijk zorgt de nabijheid van meerdere scholen ervoor dat ouders minder vaak kiezen voor één van de drie dichtstbijzijnde basisscholen, maar juist selectiever een school kiezen.

Ook in Centrum-Oud-Zuid en Ten Boer ligt het aandeel voorbijlopers relatief hoog. Voor Ten Boer is dit opvallend, aangezien het aantal basisscholen in dit gebied beperkt is. Hierdoor zijn er minder keuzemogelijkheden en zou het aandeel voorbijlopers juist lager verwacht kunnen worden. Centrum-Oud-Zuid ligt daarentegen centraal, waardoor leerlingen relatief veel keuze hebben uit verschillende scholen, zowel binnen als net buiten het gebied. Voor beide gebieden geldt dat er relatief weinig leerlingen wonen. Hierdoor kunnen kleine absolute verschillen in aantallen leerlingen leiden tot relatief grote schommelingen in de percentages voorbijlopers.

Over de tijd is in meerdere wijken een afname van het aandeel voorbijlopers zichtbaar, zoals in de Oude Wijken. In Oost zien we eveneens een daling, van 34% naar 29% in 2024. Mogelijk hangt dit samen met de opening van een integraal kindcentrum in de Oosterparkwijk in 2021, waardoor er in de daaropvolgende jaren steeds meer kinderen naar een dichtstbijzijnde basisschool konden gaan. In andere wijken, zoals Haren en Nieuw Zuid blijft het percentage voorbijlopers stabiel over de tijd. Per saldo blijven de verschillen tussen wijken echter duidelijk bestaan.

Tabel 10. Percentage voorbijlopers per gebiedsdeel tussen 2018-2024

  2018 2020 2022 2024
Centrum - Oud Zuid 39% 44% 46% 43%
Haren 29% 28% 30% 30%
Nieuw Zuid 29% 29% 29% 29%
Oost 34% 36% 33% 29%
Oude Wijken 52% 53% 44% 41%
Ten Boer 36% 40% 48% 44%
West 30% 30% 33% 33%

7.2 Voorbijlopers naar denominatie

Wanneer we kijken naar het aandeel voorbijlopers in het openbaar en bijzonder basisonderwijs, zien we dat dit aandeel in alle jaren duidelijk hoger ligt in het bijzonder basisonderwijs (zie figuur 15). In 2018 betreft dit 42% tegenover 30% in het openbaar basisonderwijs. Dit verschil is opgelopen in 2024 tot 45% in het bijzonder basisonderwijs, tegenover 27% in het openbaar basisonderwijs. Dit betekent dat bijna de helft van de ouders niet kiest voor een van de drie dichtstbijzijnde basisscholen, maar kiest voor een bijzondere basisschool die geografisch verder weg ligt. Daarnaast zien we dat de verschillen tussen beide onderwijssoorten in de loop der tijd groter worden.

Figuur 15: Percentage voorbijlopers in het openbaar en bijzonder basisonderwijs tussen 2018-2024

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

jaar Openbaar Bijzonder
2018 30% 42%
2020 31% 43%
2022 27% 47%
2024 27% 45%

N openbaar onderwijs = 6.346 – 6.954; N bijzonder onderwijs = 7.613 – 7.794

Reisafstand

Wanneer we kijken naar de gemiddelde reisafstand van woonadres naar de basisschool, zien we dat deze in het bijzonder onderwijs structureel hoger ligt dan in het openbaar onderwijs (zie figuur 16). In 2018 bedraagt de gemiddelde afstand 988 meter voor openbaar onderwijs en 1.292 meter voor bijzonder onderwijs. Dit verschil neemt zelfs toe over de jaren, met een afstand van 971 meter tegenover 1390 meter in 2024.

Dit laat zien dat leerlingen in het bijzonder onderwijs gemiddeld een grotere afstand afleggen naar school dan leerlingen in het openbaar onderwijs. In combinatie met het hogere aandeel voorbijlopers wijst dit erop dat ouders en leerlingen in het bijzonder onderwijs vaker kiezen voor een school die verder van huis ligt, ondanks dat het aantal bijzondere en openbare basisscholen in de gemeente redelijk gelijk verdeeld is (zie figuur 2).

Het lijkt erop dat de schoolkeuze voor het bijzonder onderwijs minder wordt bepaald door geografische nabijheid en sterker samenhangt met andere voorkeuren, mogelijk sociale samenstelling of het onderwijsconcept. In het openbaar onderwijs lijkt nabijheid daarentegen een grotere rol te spelen in de schoolkeuze.

Figuur 16: Gemiddelde reisafstand in meters in het openbaar en bijzonder basisonderwijs tussen 2018-2022

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

jaar Openbaar Bijzonder
2018 988 1.292
2020 1.079 1.332
2022 992 1.442
2024 971 1.390

Openbaar onderwijs: N = 7.794 -7.613; Bijzonder onderwijs: N = 6.954 - 6.346

7.3 Reisafstand op basis van de opleidingsniveau ouders

In de gemiddelde reisafstand naar de basisschool uitgesplitst naar opleidingsniveau van ouders zien we een duidelijk en consistent patroon (zie figuur 17). Leerlingen met laagopgeleide ouders (basisonderwijs, vmbo, mbo1) leggen de kortste afstand af en leerlingen met hoogopgeleide ouders (hbo, wo) leggen de grootste afstand af naar de basisschool. 

Dit patroon is in alle jaren zichtbaar en laat zien dat naarmate het opleidingsniveau van ouders hoger is, de gemiddelde afstand tot de gekozen basisschool toeneemt. Dit wijst erop dat ouders met een hoger opleidingsniveau vaker kiezen voor een basisschool die verder van huis ligt, terwijl ouders met een lager opleidingsniveau vaker een basisschool in de directe omgeving kiezen.

Tegelijkertijd is er een lichte trend zichtbaar waarbij ouders met een gemiddeld opleidingsniveau in de loop der tijd verder reizen naar de basisschool, terwijl de gemiddelde afstand voor hoogopgeleide ouders juist enigszins afneemt. Hierdoor wordt het verschil in reisafstand tussen middelbaar en hoogopgeleide ouders kleiner.

Figuur 17: Gemiddelde afstand van leerlingen in het basisonderwijs vanaf het huisadres tot aan de basisschool op basis van het opleidingsniveau van de ouders in meters tussen 2018-2024

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

jaar Basisonderwijs, vmbo, mbo 1 Havo, vwo, mbo 2-4 Hbo, wo
2018 845 1.003 1.220
2020 802 1.093 1.283
2022 820 1.084 1.254
2024 808 1.129 1.171

Basisonderwijs, vmbo, mbo1 N = 878 – 1.256; Havo, vwo, mbo2-4 N = 3.259 – 3.709; Hbo, wo N = 8.926 – 9.021

7.4 Reisafstand op basis van huishoudinkomen

Wanneer we kijken naar de gemiddelde reisafstand naar de basisschool uitgesplitst naar gestandaardiseerd huishoudinkomen, zien we een minder eenduidig patroon dan bij opleidingsniveau van ouders (zie figuur 18). In de eerste jaren (2018–2022) is er nog sprake van een duidelijk verschil: leerlingen uit huishoudens met een hoog inkomen leggen de grootste afstand af, gevolgd door middeninkomens en vervolgens lage inkomens, die de kortste afstand afleggen.

Dit verandert in 2024. De gemiddelde reisafstand voor leerlingen uit lage inkomens stijgt relatief sterk, terwijl de afstand voor hoge inkomens juist afneemt. Hierdoor zijn de verschillen tussen inkomensgroepen in 2024 grotendeels verdwenen en liggen de afstanden dicht bij elkaar. Dit wijst er mogelijk op dat de keuze voor een basisschool steeds minder afhankelijk is van het huishoudinkomen, in tegenstelling tot opleidingsniveau.

Figuur 18: Gemiddelde afstand van leerlingen in het basisonderwijs vanaf het huisadres tot aan de basisschool op basis van het huishoudinkomen in meters tussen 2018-2024

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

jaar Hoog Midden Laag
2018 1.292 1.120 978
2020 1.305 1.213 1.033
2022 1.258 1.201 1.070
2024 1.115 1.165 1.132

Hoog N = 3.450 - 3.606; Midden N = 6.914 – 7.228; Laag N = 3.244 – 3.766

7.5 Reisafstand op basis van migratieachtergrond

Figuur 19 laat zien dat leerlingen met een Europese achtergrond het verst naar de basisschool reizen, wat mogelijk wijst op een specifieke schoolkeuze, zoals een internationale basisschool. Kinderen geboren buiten Europa reizen het minst ver naar de basisschool, al zien we dat deze afstand over de jaren groter wordt. In 2024 is dit bijna gelijk aan de reisafstand die leerlingen geboren in Nederland afleggen, waarvan de reisafstand is afgenomen sinds 2020.

Figuur 19: Gemiddelde afstand van leerlingen in het basisonderwijs vanaf het huisadres tot aan de basisschool op basis van migratieachtergrond in meters tussen 2018-2024

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

jaar Buiten Europa Europa (excl. Nederland) Nederland
2018 1.020 1.238 1.148
2020 1.103 1.207 1.221
2022 1.112 1.324 1.210
2024 1.121 1.338 1.147

Buiten Europa N = 2.842 – 3.056; Europa N = 1.093 – 1.209; Nederland N = 9.742 -10.789