Gemeente- en leerlingenpopulatie
Gemeente- en leerlingenpopulatie (titel verborgen)
In dit hoofdstuk gaan we in op de basis- en voortgezet onderwijsscholen in de gemeente Groningen. Vervolgens beschrijven we de gemeentelijke populatie. Daarna brengen we, waar mogelijk, ook de leerlingenpopulatie in beeld. Vanwege verschillen in de beschikbaarheid van recente CBS-cijfers hebben niet alle gegevens betrekking op dezelfde jaren.
3.1 Basis-en voortgezet onderwijsscholen
De gemeente Groningen telt in schooljaar 2024/2025 in totaal 56 basisscholen en 30 voortgezet-onderwijsscholen. Speciaal onderwijs is niet meegenomen. Zie figuur 1 voor een visuele weergave van de standplaats van de scholen. In bijlage 2 is een kaart opgenomen met de wijkindeling van de gemeente Groningen.
Figuur 1: Standplaats basis-en voortgezet onderwijsscholen/vestigingen in de gemeente Groningen
Met name de voortgezet-onderwijsscholen zijn grotendeels rondom het centrum van de stad Groningen geclusterd. In dit onderzoek beschouwen we vestigingen van dezelfde scholengemeenschap als aparte scholen. Het aantal scholen/vestigingen fluctueert over de jaren: tussen de 52 en 57 basisscholen en tussen de 21 en 30 voortgezet-onderwijsscholen/vestigingen in de periode 2012-2025.
Denominatie
In Nederland wordt onderscheid gemaakt tussen openbaar en bijzonder onderwijs5. Openbare scholen bieden onderwijs aan zonder een specifieke godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag. Bijzondere scholen doen dit vaak wel en zijn bijvoorbeeld gebaseerd op een rooms-katholieke of protestants-christelijke identiteit (zie bijlage 1 voor meer informatie).
Zowel openbare als bijzondere scholen hebben de vrijheid om hun onderwijs in te richten volgens een eigen opvoedingsvisie of onderwijsmethode. Voorbeelden hiervan zijn Montessori-, Dalton- en Jenaplanonderwijs. Deze onderwijsvormen komen zowel binnen het openbare als het bijzondere onderwijs voor en zijn dus niet exclusief verbonden aan één van beide typen scholen. In de gemeente Groningen bieden negen basisscholen Montessori-, Dalton- of Jenaplanonderwijs aan, waarvan zes openbare scholen.
In dit onderzoek wordt onder meer gekeken naar verschillen in segregatie tussen openbaar en bijzonder basisonderwijs. In de gemeente Groningen is het aantal openbare en bijzondere basisscholen ongeveer gelijk verdeeld (zie tabel 1), alhoewel er sprake lijkt te zijn van een lichte toename van het aantal bijzondere scholen over de jaren. Figuur 2 is een visuele weergave van de standplaats van de scholen, waarbij naast een kleine cluster bijzondere basisscholen ten noorden van het stadscentrum een redelijk gelijke spreiding van de scholen te zien is.
Tabel 1: Het aantal scholen naar denominatie in 2012 tot en met 2024 in de gemeente Groningen
| 2012 | 2014 | 2016 | 2018 | 2020 | 2022 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bijzonder | 27 | 26 | 26 | 26 | 26 | 28 | 29 |
| Openbaar | 30 | 27 | 26 | 26 | 26 | 27 | 27 |
5 Zie bijlage 1 voor meer informatie over de denominatie.
3.2 Gemeentelijke populatie
Gemiddeld huishoudinkomen, opleidingsniveau en percentage koopwoningen
In tabel 2 geven we een overzicht van het gestandaardiseerde huishoudinkomen (het huishoudinkomen gecorrigeerd voor het aantal personen; zie bijlage 1 voor een gedetailleerde beschrijving van de methoden), het percentage hoogopgeleiden (15–75 jaar) en het aandeel koopwoningen per wijk. Huishoudinkomen en opleidingsniveau hangen in grote lijnen samen: wijken met relatief veel hoogopgeleiden kennen doorgaans ook een hoger gemiddeld inkomen, zoals Haren-West, Zuidoost, Helpman en Oud-West. Deze wijken hebben bovendien vaak een hoog aandeel koopwoningen, al geldt deze samenhang niet overal. In wijken als Hoogkerk, Ten Boer en Ten Post is het aandeel koopwoningen eveneens relatief hoog, terwijl het gemiddelde opleidingsniveau en inkomen daar lager liggen. Dit hangt mogelijk samen met relatief lagere woningprijzen in deze gebieden, waardoor koopwoningen toegankelijker zijn voor huishoudens met een lager inkomen.
Daarnaast vallen enkele verschillen tussen wijken op. Zo kennen Meerstad en Haren-West een duidelijke concentratie van hoge inkomens, veel hoogopgeleiden en een groot aandeel koopwoningen. Daartegenover staan meer stedelijke wijken, zoals het Centrum, Oud-Noord en Noordwest, waar relatief veel hoogopgeleiden wonen maar inkomens lager liggen en het aandeel koopwoningen beperkt is. Deze wijken kennen tevens een relatief grote studentenpopulatie.
Figuur 2: Standplaats openbare en bijzondere basisscholen in de gemeente Groningen
Tabel 2: Gemiddeld opleidingsniveau, gestandaardiseerd huishoudinkomen en percentage koopwoningen per wijk
| Percentage hoogopgeleiden |
Gestandaardiseerd huishoudinkomen |
Percentage koopwoningen |
|
|---|---|---|---|
| Hoogkerk e.o. | 33% | € 38.400 | 65% |
| Ten Boer e.o. | 28% | € 38.400 | 68% |
| Ten Post e.o. | 22% | € 36.800 | 56% |
| Noordoost | 36% | € 33.500 | 56% |
| Noorddijk e.o. | 36% | € 34.700 | 61% |
| Meerstad e.o. | 61% | € 48.400 | 92% |
| Nieuw-West | 40% | € 32.900 | 35% |
| Noordwest | 36% | € 28.600 | 23% |
| Meerdorpen | 38% | € 40.400 | 78% |
| Haren-Oost e.o. | 47% | € 38.100 | 67% |
| Haren-West e.o. | 60% | € 55.000 | 67% |
| Glimmen-Onnen- Noordlaren |
54% | € 52.200 | 79% |
| Oud-Noord | 41% | € 29.200 | 18% |
| Oosterparkwijk | 48% | € 30.700 | 26% |
| Helpman e.o. | 56% | € 39.800 | 55% |
| Zuidwest | 51% | € 37.000 | 43% |
| Zuidoost | 54% | € 42.200 | 42% |
| Centrum | 46% | € 34.000 | 14% |
| Oud-Zuid | 50% | € 33.600 | 30% |
| Oud-West | 52% | € 35.600 | 35% |
| Gemeente Groningen | 45% | € 35.600 | 40% |
Migratieachtergrond inwoners
Voor ons onderzoek hebben we de migratieachtergrond van de inwoners onderverdeeld in Nederlands, Europees en niet-Europees (zie bijlage 1 voor een gedetailleerde beschrijving van de methoden). In 2025 bestond de bevolking van de gemeente Groningen uit 71% inwoners met een Nederlandse achtergrond, 11% met een Europese en 18% met een niet-Europese migratieachtergrond. In 2022 was dit respectievelijk 74%, 9% en 17%.
Deze cijfers laten een geleidelijke verschuiving zien in de samenstelling van de bevolking. Het aandeel inwoners met een Nederlandse achtergrond neemt licht af, terwijl zowel het aandeel inwoners met een Europese als niet-Europese migratieachtergrond toeneemt. Dit wijst op een toenemende diversiteit van de bevolking in de gemeente Groningen.
3.3 Leerlingenpopulatie
Aantal leerlingen
Het absolute aantal leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs in de gemeente Groningen vertoont sinds 2016 een dalende trend, die zich voortzet tot in 2024 (zie figuur 3). In 2024 waren er 14.030 leerlingen ingeschreven in het basisonderwijs en 15.722 in het voortgezet onderwijs. Voor het bepalen van deze aantallen zijn alle leerlingen meegenomen die onderwijs volgen op een school binnen de gemeente Groningen, ongeacht hun woonplaats.
Figuur 3: Aantal leerlingen in het basis- (PO) en voortgezet (VO) onderwijs in 2012-2024
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| jaar | Aantal leerlingen PO | Aantal leerlingen VO |
|---|---|---|
| 2012 | 14534 | 16270 |
| 2014 | 14802 | 16273 |
| 2016 | 14796 | 16293 |
| 2018 | 14748 | 16031 |
| 2020 | 14604 | 15930 |
| 2022 | 14270 | 15850 |
| 2024 | 14030 | 15722 |
Opleidingsniveau en huishoudinkomen
Wanneer we kijken naar het opleidingsniveau van ouders van leerlingen, zien we sinds 2021 een duidelijke trend in zowel het basis- als het voortgezet onderwijs: steeds meer ouders zijn hoogopgeleid en het aandeel middelbaar en lager opgeleide ouders neemt af (zie figuur 4). Ten opzichte van 2012 is het percentage hoogopgeleide ouders in het basisonderwijs met 16 procentpunten gestegen in 2024 en in het voortgezet onderwijs zelfs met 29 procentpunten.
Figuur 4: Aandeel hoogopgeleide ouders van leerlingen in het basis (PO)- en voortgezet (VO) onderwijs van 2012-2024
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| jaar | PO | VO |
|---|---|---|
| 2012 | 47% | 37% |
| 2014 | 55% | 46% |
| 2016 | 58% | 52% |
| 2018 | 61% | 58% |
| 2020 | 62% | 61% |
| 2022 | 63% | 64% |
| 2024 | 63% | 66% |
N=11.931-13.887
Tabel 3 laat zien dat het opleidingsniveau van ouders van leerlingen in zowel het primair als voortgezet onderwijs in de periode 2012–2024 is verschoven. In het basisonderwijs is het percentage ouders met een laag huishoudinkomen gedaald van 30% naar 23%, terwijl het percentage ouders met een hoog huishoudinkomen is gestegen van 20% naar 25%.
In het voortgezet onderwijs is een gelijke trend zichtbaar. Het percentage ouders met een laag huishoudinkomen neemt af van 20% naar 15%, terwijl het percentage ouders met een hoog huishoudinkomen stijgt van 27% naar 32%.
Tabel 3: Indeling gestandaardiseerd huishoudinkomen leerlingenpopulatie in het basis- (PO) en voortgezet (VO) onderwijs in 2012-2022 in percentages
| 2012 | 2014 | 2016 | 2018 | 2020 | 2022 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| PO | Laag | 30% | 28% | 26% | 26% | 25% | 23% | 23% |
| Midden | 49% | 48% | 47% | 48% | 49% | 49% | 49% | |
| Hoog | 20% | 21% | 24% | 24% | 24% | 24% | 25% | |
| VO | Laag | 20% | 22% | 20% | 18% | 17% | 17% | 15% |
| Midden | 52% | 50% | 50% | 51% | 51% | 52% | 52% | |
| Hoog | 27% | 27% | 28% | 30% | 30% | 30% | 32% |
Migratieachtergrond
Sinds 2012 zien we met name een stijging in het percentage leerlingen met een niet-Europese migratieachtergrond, zie figuur 5. Dit gaat met name samen met een daling van het percentage leerlingen met een Nederlandse achtergrond, terwijl het aandeel leerlingen met een Europese achtergrond redelijk stabiel is gebleven over de jaren.
Figuur 5. Migratieachtergrond voor leerlingen in het basis- (PO) en voortgezet (VO) onderwijs in 2012 en 2024
Basisonderwijs
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| herkomst_driedeling | 2012 | 2024 |
|---|---|---|
| Nederland | 76% | 69% |
| Europa | 6% | 9% |
| Buiten Europa | 18% | 22% |
Voortgezet onderwijs
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| herkomst_driedeling | 2012 | 2024 |
|---|---|---|
| Nederland | 83% | 77% |
| Europa | 5% | 7% |
| Buiten Europa | 12% | 16% |
Europa is exclusief Nederland; N 2012 = 16.255 (PO)/ 16.228 (VO); N 2024 = 15.854 (PO)/ 15.715 (VO)